MENU
Charles Groot over christen-zijn op het voetbalveld

Charles Groot over christen-zijn op het voetbalveld

05 feb

Charles Groot: Het Nederlands Elftal heb ik niet gehaald, maar heb wel gevoetbald tegen Oud-Internationals als Johnny Rep, Erwin Koeman en doelman Piet Schrijvers (1999). Met de veteranen van SDV Barneveld in 2004 tegen oud-Feijenoord met o.a. Gaston Taument, Mario Been en Peter Houtman. En als we dan toch even terug in de tijd zijn, ook twee wedstrijden (1991 en 1993) tegen een team van NOS Studio Sport met mannen als, jawel, Mart Smeets, Kees Jansma, Jeroen Grueter en Evert ten Napel.

De verandering
Toen ik van de middelbare school afkwam wilde ik sportleraar te worden. Daar was een opleiding aan het CIOS in Overveen voor nodig. Maar het liep anders. In de zomer van 1961, tijdens een jeugdkamp van de Ned. Chr. Gemeenschaps Bond in Oldebroek, kwam ik tot persoonlijk geloof in God door Jezus. Opgegroeid in een christelijk gezin bleek een beslissing, om zelf de weg van de Heer te gaan, noodzakelijk. Immers, God heeft geen kleinkinderen, leerde ik van Corrie ten Boom. Het was broeder Johan van Oostveen, éen van de oprichters van de Evangelische Omroep, die mij bij de Here God bracht.

De gevolgen
Die ommekeer had gevolgen. In de bijbel zijn bekering en roeping dikwijls met elkaar verbonden. Dat gold ook voor mij. Het werd een theologische vorming waardoor ik, evenals mijn vader en moeder (jarenlang Leger des Heils officieren), het pad van de verkondiging van het evangelie op ging, niet wetende waar mij dat zou brengen.
Inmiddels kijk ik terug op zo’n vijftig jaar prediking, bijbelonderwijs en verkondiging van het goede nieuws via zang en muziek, waarvan acht jaar met The Lighters. Maar dat betekende geen afscheid van sportief bezig zijn.

Christen op de groene mat
Vanaf mijn twaalfde ben ik in de voetballerij actief geweest. Het begon bij DEV in Doorn (20 jaar) en eindigde, via Sparta Enschede (10 jaar), bij SDV Barneveld (20 jaar).
Spelen op zondag zat er niet in. Dat moest ik op vijftienjarige leeftijd duidelijk maken aan een scout van het voormalige Utrechtse DOS, die mij naar deze club wilde halen. De club met destijds die geweldige keeper Frans de Munck, bijgenaamd de zwarte panter vanwege zijn donkere haren en keeperskleding en vooral zijn katachtige reflexen.

Voetballende dominee
Toen ik in Enschede voorganger was, had ik een oudere zuster in de gemeente die het maar niks vond, dat haar dominee zaterdags in z’n korte broek op de groene mat zijn kunsten vertoonde. Tijdens elk huisbezoek moest ik haar bezwaar aanhoren. Totdat ze in het ziekenhuis terecht kwam en in de laatste momenten van haar leven vergeving vroeg, dat ze me altijd zo had belaagd met haar kritiek over mijn voetballen. Een uiterst kostbaar moment in die ziekenkamer.

KNVB-scheidsrechter
In 1999 werd ik KNVB-scheidrechter, afdeling Oost. Dat omvat het gebied van Lelystad tot Enschede en van Zwolle tot Nijmegen. Dan maak je zaterdags heel wat kilometers, maar ik deed het met veel plezier en inzet.
Gedurende vijftien jaar nooit enig probleem van betekenis gehad, want ik kende de regels op m’n duimpje, had een prima conditie, was gewend om leiding te geven en op de hoogte van de ins en outs van het voetbalspel, omdat ik zelf in alle linies gespeeld heb. Een blik, een enkel woord of een tikje op de schouder was vaak al voldoende om een speler tot de orde te roepen of te herinneren aan gemaakte afspraken. Soms kon er dan een ‘sorry scheids’ van af.

Normen en waarden
In de bestuurskamer van vereniging waar ik zaterdags verwacht werd, maakte ik tijdens het voorgesprek met de elftalleiding duidelijk, dat ik geen schutting-, discriminerende- of religieuze taal in het veld wilde horen. Een aanscherping van een KNVB-regel over ‘onwelvoegelijk taalgebruik’ zoals dat ooit heette. Dat leidde meerdere keren tot een gesprek over het geloof en hoe ik dat beleefde. In sommige dorpen was men verrast: hé, een dominee als scheidsrechter?

Gesprekken over het geloof
Ook de bekende misvattingen over en vooroordelen betreffende het christendom passeerden de revue. Spraakmakende kerkelijke ontwikkelingen werden gemakkelijk met geloof of haar vertegenwoordigers geassocieerd. Ik maakte dan duidelijk dat christenen mensen zijn die fouten maken, maar er tegelijk serieus naar streven overal een gedrag te vertonen, Christus waardig.

Lucky Ajax
In 2009 had ik het voorrecht om in mijn dorp Barneveld Lucky Ajax te mogen fluiten, met in de gelederen Richard en Rob Witschge, Bryan Roy, Gerry Mühren en aanvoerder good old Sjakie Swart. Zij speelden tegen het jubilerende veteranenteam van SDVB, waar ik zelf jarenlang deel van uitmaakte.

Christen ben je overal!
Waarom dit verhaal? Omdat christen-zijn ook je gedrag op de groene mat bepaalt. Natrappen of gemeen spel was er tijdens mijn voetbaljaren niet bij. Ook niet het ‘trekken aan de noodrem’, d.w.z. het opzettelijk een tegenspeler onderuit halen, als deze dreigde te gaan scoren. Dat werd mij door de trainer wel eens kwalijk genomen, zeker als er door niet rigoureus ingrijpen een tegendoelpunt ontstond. Het zal er wel toe bijgedragen hebben dat ik nooit de top heb bereikt, ondanks mijn snelheid, te vergelijken met die van Mark Overmars in z’n beste jaren. Maar sportiviteit vanuit een christelijke levenshouding was in mijn spelbeleving bepalend.

Een teamgenoot overleden
In mei 2002 overleed, geheel onverwachts, onze ‘laatste man’. Dat is een voetballer die in de verdediging rugdekking geeft aan de flankverdedigers. Degene op wie je kunt terugspelen als de situatie daar om vraagt. Een aardige jongen van in de veertig, maar qua taalgebruik nu niet bepaald een christen.
Zijn overlijden riep bij mijn teamgenoten vragen op over leven en dood. Ik werd gevraagd om tijdens de begrafenisdienst een woordje te spreken. Het gaf me de gelegenheid om, na wat persoonlijke herinneringen opgehaald te hebben, de volgende, voorzichtige toepassing te maken. ‘Wat zou het leven er anders uitzien als we allemaal een ‘laatste Man’ zouden hebben, op wie we te allen tijde kunnen terugvallen’. Na in twee, drie zinnen gewezen te hebben op Jezus Christus, sloot ik met de oproep: ‘Waarom zouden we de wedstrijd van ons leven vanaf deze dag niet onder Gods bekwame leiding uitspelen, zodat we na het eindsignaal als winnaar van het veld mogen stappen?

Verantwoording afleggen
Uiteraard ben ik niet de enige christen die op het groene gras ontspanning heeft gezocht. Maar ik wil met dit persoonlijk verhaal duidelijk maken, dat je je als christen ook kunt bewegen tussen spelers en officials, die er andere normen en waarden op na houden. Waarbij de apostolische aansporing ’altijd bereid te zijn om verantwoording af te leggen van de hoop die in je is’ (1 Petr. 3:15) ook tijdens onze, in mijn geval sportieve vrijetijdsbesteding, serieus genomen dient te worden.

Speel de wedstrijd van je leven!
Een voetbalveld is een illustratie van de ‘speelruimte’ die God ons als christen geeft, met een flink stuk ruimte en vrijheid. Maar er zijn wel grenzen aan dat ‘speelveld. Grenzen die God in de bijbel heeft aangegeven. Heilzame aanwijzingen om binnen de door Hem aangebrachte lijnen te blijven, waardoor je de wedstrijd van je Leven kunt spelen. Tot het laatste fluitsignaal klinkt en de bekroning wacht (2 Tim. 4:8)!

Charles Groot, em.predikant
Reageren? caegroot@ziggo.nl

Datum: 5 februari 2017
Auteur: Charles A.E. Groot
Foto: Privebezit C.A.E. Groot

Dit artikel delen:

Meer nieuws: