MENU
God gebruikt de protesten van de ultraorthodoxe Joden

God gebruikt de protesten van de ultraorthodoxe Joden

26 jun

Enkele weken geleden schreef ik over de protesten van ultraorthodoxe Joden tegen de Messiaanse gemeenschap in Dimona. Vorige week stuurden Albert en Esther Knoester, die intens betrokken zijn bij die gemeenschap, een uitgebreid bericht om de situatie te verduidelijken.

Dirk van Genderen: 'Ik citeer uit het uitgebreide schrijven van Albert, zodat we een beter zicht op de situatie krijgen en er ook voor kunnen bidden. Het is wonderlijk om te lezen dat de Heere de protesten gebruikt om nieuwe openingen te geven voor het Evangelie.

Albert schrijft: “Na maanden van voorbereiding kon het inloophuis geopend worden. De tweede dag was een dag om nooit te vergeten. Het was de dag waarop de eerste demonstratie werd gehouden voor het pand. Later op de dag breidde die zich uit naar het huis van Shalom. Niet lang daarna was ons huis aan de beurt.

Het ‘Sanhedrin’ op bezoek
Diezelfde week was bij ons thuis het ‘Sanhedrin’ van Dimona bijeen. Een aantal rabbijnen uit Dimona was naar ons huis gekomen voor een zitting. De eerste religieuze leider die binnenkwam, schreeuwde: ‘Waar is het kruis?! Waar is het kruis?! En waar is Jezus aan de muur?! Ik zie alleen de twaalf stammen van Israël en de poorten van Jeruzalem aan de muur en een grote menorah.’
Het eerste onderwerp was de Tenach. Wij zouden een andere Tenach (Oude Testament) hebben dan zij. Onze Tenach werd onderzocht, en men moest schoorvoetend toegeven dat het een echte Tenach was.

Het volgende punt van onderzoek: Het Nieuwe Testament zou geschreven zijn door christenen. Esther merkt op: ‘Geachte heren, Mattheus, Markus, Johannes, Petrus waren geen christenen maar Joden. Eén van hen gebood: ‘Geef ons een Nieuw Testament.’ Dat was op zich al bijzonder, want nogal wat Joodse mensen zijn bang om door de bliksem te worden getroffen, bij het aanraken van het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament ging van hand naar hand. En de laatste rabbijn was blijkbaar zo geboeid, dat hij zich gedurende meer dat 15 minuten verdiepte in het begin van het Mattheus-evangelie.

Een volgende ‘aanval’. Een rabbijn zei: ‘Jij bent komer (= priester), jij leest de Bijbel en jij probeert hier in dit huis de Bijbel uit te leggen, maar die kun jij helemaal niet begrijpen. Want de Bijbel is net een oceaan. Jij kunt een beetje aan de oppervlakte ‘snuffelen’, maar wij kunnen diep afsteken.’ Ik vroeg Esther om mijn Bijbel en las de eerste verzen van Psalm 23: ‘De Here is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.’ Ik zei: ‘Misschien is dit te diep voor mij, misschien begrijp ik hier niets van… maar met dit kunnen wij leven en met dit kunnen wij sterven!’

Toen richtte men zich tot Esther: ‘Wat vind je ervan, als mensen naar je spugen, en ze stenen naar je gaan gooien?’ Esther antwoordde met een citaat uit diezelfde Psalm: ‘U maakt voor mij de tafel gereed, voor de ogen van mijn tegenstanders.’
Aan het eind van de zitting waren we overeengekomen dat we (voorlopig) het inloophuis zouden sluiten en dat we samen met de ‘religieuze leiders’ verder zouden praten over hoe het inloophuis een plek zou kunnen krijgen in de gemeenschap. De ogen vol haat voorspelden echter niet veel goeds.

In de krant
We dachten dus een eerlijke afspraak te hebben gemaakt. Maar vanaf dat moment verslechterde de situatie alleen maar. Een dag later schreef één van de rabbijnen in een plaatselijke krant: ‘We waren naar dat huis gegaan om die mensen het zwijgen op te leggen, maar die vrouw wilde maar niet stoppen! Zij moet ook maar dat andere vers weten uit Psalm 23. Over dat dal van diepe duisternis. Laat ze daar maar doorheen gaan, samen met haar man.’
Ook de dagen daarna waren de verhalen in de verschillende media ‘niet van de lucht.’ Wij zouden mensen omkopen. We zouden iemand in Dimona een auto hebben gegeven in een poging hem christen te maken. Wij zouden poeder in de koffie doen, die Joden veranderen in christenen. We zouden Joden met alle geweld van hun geloof af willen brengen. We zouden evangelisatie materiaal verspreiden…

Omdat ze ons niet kunnen ‘aanklagen’ en niets kunnen vinden, wordt een ander wapen ingezet: leugens, laster en verdraaiing van feiten. Er verschijnen foto’s van ons in het centrum met ernstige waarschuwingen. Ook worden er op billboards grote aanplakbiljetten opgehangen met lelijke teksten. De mensen worden gewaarschuwd, dat ze uit moeten kijken en hun kinderen moeten beschermen tegen ons. Echt alle middelen worden ingezet. Toen we op het stadhuis waren voor een gesprek, ontdekte Esther plotseling dat er vanuit een luikje in de muur een film van ons werd gemaakt.

Ramen ingegooid
Na onze ‘afspraak’ namen ook de demonstraties toe. Zowel voor ons huis, als voor het huis van Shalom. Sommige demonstraties liepen uit de hand, waardoor er ook verschillende ramen werden ingegooid, en ander schade ontstond. Zeker voor de dochters van Shalom was/is het een traumatische ervaring. Shalom werd uitgescholden als ‘christen’ en ze spugen naar hem. Bid voor dit gezin!
De laatste tijd is het wat stiller wat betreft de demonstraties. Maar in de krant werd er gezegd dat de afgelopen demonstraties een voorbereiding waren op wat groters.

Zegen
Maar samen met de tegenstand komt ook de zegen! Alle dingen werken mede ten goede! In de zeven jaar dat we hier wonen, hebben we bijvoorbeeld nog nooit op een terrasje gezeten in het centrum. Na meer dan een week binnen te hebben gezeten (‘om de vreze der Joden’) besloten we naar het centrum te wandelen. Opeens klonk daar een schreeuw: ‘Bo – dat betekent: kom!… willen jullie wat drinken?’ En daar zaten we plotseling, op een terrasje.
Na 15 minuten zei iemand: ‘Weet je, ik ben een Jood, maar ik geloof niet in God. Na wat mijn familie heeft doorgemaakt in de Tweede Wereldoorlog kan ik niet meer in God geloven. Maar ik zie dat God met jullie is!’ Esther zei: ‘Op een dag zal God ook jouw ogen openen.’ Deze woorden raakten hem zichtbaar diep.

Een bos bloemen
Heel wat ‘gewone’ mensen schamen zich ook voor wat ons ‘wordt aangedaan.’ Een dag laten belde een man van middelbare leeftijd bij ons aan. Met een bos bloemen. Hij zei: ‘Ik heb het één en ander in de krant gelezen, ik weet niet wat er allemaal aan de hand is, maar ik sta achter jullie!’ We nodigden hem naar binnen. Toen zei hij: ‘Ik moet ook eerlijk zijn. Ik was bang om naar jullie toe te komen. En daarom heb ik drie glazen whisky genomen om moed te verzamelen.’ Is dat niet ontroerend! Hij wilde graag dat zijn ouders met ons in contact zouden komen.
We krijgen uitnodigingen van mensen om koffie bij hen te komen drinken. Minstens zes keer kregen we de gelegenheid om aan een rabbijn uit te leggen waarom wij geloven dat Jezus de Messias is. Bid dat God Zich openbaart aan de mensen, met wie we in contact zijn, dat ze tot het geloof in Yeshua de ware Messias zullen komen.

In al de jaren dat we hier woonden, wilden we geen ‘reclame’ maken voor ons werk en zelfs niet toen we het inloophuis openden. Van de éne op de andere dag werd dat heel anders! Als we zelf reclame hadden gemaakt, zouden we het niet zo goed hebben kunnen doen, zoals het nu is gebeurd. Want we krijgen nu bemoedigende mailtjes, meeleven van gemeenten/gelovigen uit onder andere Sri Lanka, USA, Nieuw-Zeeland, Australië, Zuid Korea en Engeland. Van gemeenten, die nu bidden voor Dimona! Mensen die nog nooit gehoord hadden van de plaats Dimona, bidden nu of de Heere de ogen van vele mensen uit ‘ons’ dorp wil openen. Zo zien we maar weer dat Gods wegen hoger zijn dan onze wegen!

Onze huisbaas wordt onnoemelijk onder druk gezet, om ons uit zijn huis te zetten. Hij ontving honderd telefoontjes per dag van voornamelijk orthodoxe Joden om ons eruit ‘te gooien’. Tot nu toe is hij daar niet voor gezwicht en wil hij ons als zijn huurders houden. Maar de intimidatie en druk op hem is wel héél groot. Om geen olie op het vuur te gooien, hebben we (tijdelijk) het inloophuis gesloten. We hoorden dat enkele rabbijnen naar het stadhuis waren gegaan om onze vergunning in te laten trekken. We bidden om welke verdere stappen we moeten ondernemen. Wilt u mee bidden met ons?

Meer dan overwinnaars
Uiteraard gingen we door een tsunami heen van gebeurtenissen! Van de éne dag op de andere dag werd alles anders. Om blikken vol haat te zien van de kant van rabbijnen is voor ons een nieuwe ervaring. Om een menigte mensen voor je deur te hebben, die onder leiding van hun geestelijke leider, de Joodse geloofsbelijdenis als een mantra opdreunen, terwijl ze je ruiten ingooien, is een vreemde gewaarwording. En toch… zo begrijpelijk!
Paulus schreef het al, dat ze ‘een ijver tot God hebben, maar zonder verstand’. De Heere Jezus zei over Zijn tegenstanders: ‘Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen’. We mochten in deze omstandigheden Gods bovennatuurlijke liefde en Zijn vrede ervaren, die alle verstand te boven gaat! Met, in en door Hém zijn we méér dan overwinnaars! Als God voor ons is, wie is er dan tegen ons? En God belooft altijd met ons te zijn, dus hoeven we niet bang te zijn.

We zijn blij en dankbaar met alle meeleven in welke vorm dan ook, waarvan het gebed het allerbelangrijkste is. Paulus schrijft ergens: ‘We worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht, wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld, wij worden vervolgd, maar niet verlaten, neergeworpen maar niet te gronde gericht.’
In diezelfde brief schrijft hij: ‘..eenmaal ben ik gestenigd, ik was in gevaar van volksgenoten, in gevaar van de kant van de heidenen, in gevaar in de stad.’ Uiteraard kunnen wij voor wat betreft ‘vervolging’ niet in zijn schaduw staan. Hoewel..? Sommige stenen waren echt groot! Maar dat wat hij mocht ervaren, is ook onze ervaring. Hij schrijft: ‘Als er geroemd moet worden, dan zal ik roemen in mijn zwakheid!’ En dan heeft hij het over ‘de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die te prijzen is tot in eeuwigheid!
Ja, want Hij is te prijzen! Dwars door alles heen gaat Hij door met Zijn werk! Ook onder Israël. Laten we ons daarom vast blijven houden aan Romeinen 11:28: ‘Zo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie, om uwentwil, maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der vaderen wil.’
In de wetenschap dat God alles in Zijn handen houdt, groeten we u vanuit de woestijn, met de woorden: shalom aleichem = vrede zij u!”

Dirk van Genderen

Dirk van Genderen is columnist, publicist en spreker. Eerder was hij eindredacteur van Visie, het programmablad van de EO. Elke week schrijft hij een nieuwsbrief die ook op z'n site wordt gepubliceerd en elke maand schrijf hij een commentaar in Het Zoeklicht. Bezoek zijn website via de link onderaan dit item.

Datum: 26 juni 2017
Auteur: Dirk van Genderen
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen
Website: http://www.dirkvangenderen.nl

Dit artikel delen:

Meer nieuws: