MENU
Fatima en Mohammad: Alles kwijt maar toch rijk

Fatima en Mohammad: Alles kwijt maar toch rijk

29 jun

Op een mooie zonnige middag lekker buiten onder de parasol vertellen Fatima en Mohammad het verhaal dat hun leven drastisch heeft veranderd. Ze zijn drie jaar geleden gevlucht uit Iran. Hun mooie land, waar ze het goed hadden, maar waar nu een radicale moslimregering aan de macht is en waar christenen worden vervolgd.

Mohammad vertelt: ‘Voor de revolutie, die veertig jaar geleden plaatsvond, was ons land een vrij land. De mensen waren gelukkig en ze waren niet aan regels gebonden. Nadat de Arabische regering aan de macht was gekomen veranderde dit snel. Nu worden er allerlei regels opgelegd. Alleen het moslimgeloof is toegestaan. Als je goede contacten hebt met de regering, heb je kans op een goede baan.
Ikzelf kom uit een steng moslimgezin. Mijn vader was een ‘harde moslim’. We waren rijk en hadden veel privileges. Als moslim moet je liefst een baard dragen en volgens de regels bidden in de moskee. Alles voor de show. Er worden veel leugens verteld om jezelf omhoog te werken. Iedereen is in principe je vijand. Gewone mensen zijn arm.
Tijdens de Ramadan gelden de strenge regels zelfs voor kinderen. Meisjes vanaf negen jaar en jongens vanaf vijftien jaar mogen hoe dan ook niets drinken. Wie zich niet aan de regels houdt, krijgt geen documenten.
Voor christenen levert dit veel problemen op. Veel grote kerken zijn dicht, kleine kerken zijn soms nog open. Er zijn regelmatig controles, de politie weet alles van je.
Kleine huisgemeenten komen in het geheim samen. Mensen durven elkaar niet meer te vertrouwen.
Ik voelde mij hier niet goed bij, maar kon de situatie ook niet veranderen.
De familieleden van Fatima zijn geen echte moslims. Ze houden zich niet aan de regels.’

Fatima: ‘In 2012 zijn we getrouwd. We kregen problemen met de familie van Mohammad en hebben geen contact meer met hen. Ik ben een paar keer gearresteerd. De eerste keer omdat de politie vond dat mijn mouwen te kort waren en mijn hoofddoek mijn haar niet volledig bedekte. Ik werd meegenomen en mijn familie moest geld betalen om mij weer vrij te krijgen.
De tweede keer was ik twee en een halve maand zwanger. Ik ging winkelen en had mij volgens voorschrift gekleed, dacht ik. Twee vrouwelijke politieagenten zagen mij en zeiden dat mijn hoofddoek niet goed zat. Ik zei dat dit wel zo was en we kregen een beetje ruzie. Ze duwden mij en ik viel. Ik kreeg erge rugpijn. Er ontstond een oploopje en er kwam nog een politieman bij. Die schopte mij hard in mijn buik. Ik riep dat ze moesten stoppen omdat ik zwanger was, maar het hielp niet. Mijn familie kwam, Mohammad was die dag weg voor zijn werk. Ik mocht eerst niet naar een dokter, ondanks de pijn, maar nadat we veel geld hadden betaald kreeg ik de goede documenten en kon het wel. De dokter constateerde dat de baby dood was.’

Mohammad: ‘Toen ben ik atheïst geworden. Ik was vreselijk boos. Fatima kreeg psychische problemen. Ondanks mijn goede baan waren we niet blij. Er was een lege plek in ons hart. Aan een goede vriend en zijn vrouw vertelden we over onze problemen. Wij wisten niet dat ze christen waren. We hadden veel gesprekken met hen. Ze vertelden over God, ze zeiden: “Jullie situatie is nu moeilijk, maar je zult merken dat als je veel leert over God jullie hart beter wordt.” Na ongeveer twee maanden kwam Fatima langzaam uit haar depressie. Omdat een gewone Bijbel verboden was, kregen we van onze vrienden steeds gedeelten van een geprinte Bijbel. Fatima las die en vertelde mij erover.
Ik begon interesse te krijgen en begon ook te lezen. We hadden nog steeds gesprekken met onze vrienden. Ten slotte nodigden ze ons uit voor de huiskerk. We mochten er niemand over vertellen.
De eerste keer was voor mij erg moeilijk, maar Fatima kreeg licht in haar hart, werd blij en kreeg hoop. Het leek of ze voor de tweede keer geboren was. Na een paar keer vond ik het ook fijn.
Na tien keer een dienst te hebben meegemaakt, zijn we gedoopt.
Tijdens deze dienst zijn er door een jongen foto’s gemaakt. Wij kregen deze foto’s ook toegestuurd en hebben ze op onze laptop gezet. Eén foto bewaarden we op onze telefoon.
Deze jongen had een afspraak met een vriendin en is toen gearresteerd. Een Bijbel en onze doopfoto’s stonden op zijn laptop. De moeder van de jongen, die zelf geen christen was, belde ons en vroeg wat die foto’s van ons op de laptop van haar zoon te betekenen hadden. Wij schrokken heel erg.
Vrienden kwamen ons waarschuwen dat we direct weg moesten. Er waren intussen al twee mensen gearresteerd.
Gelukkig had ik geld in huis en Fatima had haar gouden sieraden. We namen onze paspoorten en wat documenten mee en reisden met de bus naar het noorden van Iran. Na een reis van tien uur belde ik naar de beveiliger van ons huis. Deze vertelde dat de politie was geweest en veel spullen had meegenomen, waaronder onze laptop. Onze bankrekening was geblokkeerd.
Via een vriend die naar Engeland was gevlucht kwamen we in contact met een smokkelaar die ons kon helpen. Deze haalde ons op en bracht ons naar zijn huis.’

Fatima: ’s Nachts werden we samen met een groep andere mensen naar de Turkse grens gebracht. Het was een moeilijke tocht. Een paar keer moesten we ons verstoppen in het water. De eerste keren was het niet diep, maar de derde keer ging ik helemaal kopje onder. Ik kon niet zwemmen en was bijna dood. Mohammad en een andere jongen hebben mij gered. We gingen naar Istanbul, daar bleven we twee weken. Ons doel was Griekenland. We moesten drie dagen lopen, het was erg gevaarlijk. We hadden geen water en geen eten. Wel waren er veel muggen. Op een gegeven moment had Mohammad wel driehonderd bulten op zijn lichaam. Tijdens de derde dag stapte ik in een grote kuil. Mijn voet deed vreselijk pijn. De groep ging echter door. Een Iraanse man kwam gelukkig terug en hielp ons.
Om in Griekenland te komen moesten we een grote rivier oversteken. We hadden erge honger. We vonden mais en dronken rivierwater. Plotseling werden we omsingeld door politiemensen en gearresteerd. Ze brachten ons weer naar de rivier en we moesten terug naar Turkije. In Istanbul gingen we eerst naar een arts voor mijn voet. Gelukkig ging het lopen na een week weer wat beter.
We deden nog een poging om Griekenland te bereiken. Dat lukte en we vonden iemand die ons naar Athene wilde brengen. We bleven daar zes dagen.’

Mohammad: ‘We moesten ons overgebleven geld en de laatste sieraden in een tasje doen. Onder bedreiging van een mes werden onze Iraanse paspoorten en het tasje afgepakt. We kregen andere paspoorten en vliegtickets voor Spanje. Onderweg werden we drie keer gecontroleerd, maar God heeft ons beschermd. Uiteindelijk kwamen we in Spanje aan en gingen via Frankrijk met de trein naar Nederland.
Daar werden we opgewacht door weer een andere smokkelaar die ons meenam naar een huis. Wij werden twaalf dagen lang opgesloten in een kamer. Onze paspoorten werden afgepakt. Op de dertiende dag kregen we andere paspoorten en bracht hij ons naar het station in Arnhem. De man zei dat hij even weg moest en zo terug zou komen, maar we hebben hem niet meer gezien. We moesten ons zelf redden. Van al ons geld hadden we nog
€ 100,- over.
Hoewel we erg bang waren voor de politie zijn we toch naar het politiebureau gegaan. Daar vertelden we ons probleem. Fatima huilde heel erg en was helemaal van streek. Maar de mensen waren vriendelijk en gaven ons een dagkaart voor Ter Apel. Gelukkig kregen we al vrij snel een verblijfsstatus. Later hoorden we van de beveiliger van ons huis in Iran dat al onze bezittingen weg waren.’

Fatima: ‘Nu wonen we in Nederland. Het is een fijn land en de mensen zijn vriendelijk. We hebben goede contacten met de mensen van de kerk. Toen we Jezus nog niet kenden hadden we weinig hoop. Nu we Hem kennen en op Hem vertrouwen hebben we weer hoop gekregen. We voelen ons veilig bij Hem.
We hebben het nog niet gemakkelijk, we hebben nog geen werk, we missen onze familie en ons land. Maar we kunnen hier veilig naar de kerk.
We wonen nu drie jaar in Nederland. De dokter zei destijds: “Misschien word je nooit meer zwanger.” Maar we kregen een lieve dochter, een Godsgeschenk.’

Janneke van der Molen en Klazien Brouwer, Delfzijl

Met vriendelijke toestemming overgenomen van Het Kerkblad voor het Noorden, editie 25 - 20 juni 2019

Datum: 29 juni 2019
Auteur: Kerkblad voor het Noorden - Janneke van der Molen en Klazien Brouwer
Foto: Kerkblad voor het Noorden
Website: http://www.kerkbladvoorhetnoorden.nl

Dit artikel delen:

Meer nieuws: