MENU
Polarisatie en onderling wantrouwen

Polarisatie en onderling wantrouwen

25 sep

Gert Jan Segers: Bijna twee weken geleden heb ik een dag doorgebracht met Harky Klinefelter, een van de naaste medewerkers van Martin Luther King. Als twintiger sloot hij zich aan bij de burgerrechtenbeweging en liep hij mee met de beroemde mars door Selma. Nu is hij een oude dominee die in Steenwijkerwold woont, een tachtiger, maar nog even bevlogen.




Hij deelde me vorige week vrijdag een detail dat me raakte. Hij zei: ‘Als wij zo’n stad in gingen en we liepen daarheen dan wisten we, we worden vroeg of laat omringd door een vijandige menigte. Vroeg of laat stuiten we op politieagenten die niet zullen terugdeinzen voor geweld.’ ‘Maar één ding’ zei hij, ‘houd altijd oogcontact. Want zolang mensen je zien als een mens, zolang je oogcontact hebt, ben je geen ding en kunnen ze niet doen wat ze willen. Houd oogcontact.’

Dat is een les die wij hier en nu, in hele andere omstandigheden en hele andere context, goed ter harte kunnen nemen.

Er is in politiek Den Haag en in onze samenleving, zeker in de coronacrisis, sprake van polarisatie en onderling wantrouwen. Het blijkt nu extra ingewikkeld, en dat merken we ook vandaag, om op een goede manier met elkaar politiek samen te werken. En als we verschillen over coronabeleid, dan gaat het er soms zo heftig aan toe dat we elkaar uitschelden voor ofwel een wappie ofwel Qrankzinnig met een Q. Juist in deze tijd, juist nu, is dit de les van Harky Klinefelter. Houd oogcontact.

Ook een dienstbare overheid staat of valt met het hebben van oogcontact. Net als veel mensen hier heb ik de documentaire ‘Alleen tegen de staat’ deze week gezien. Hartverscheurende verhalen van vrouwen, van moeders die geplet zijn door de staat. Die verbitterd zijn, die vernederd zijn door overheidshandelen.

We kunnen onze mond vol hebben over een nieuwe bestuurscultuur, een open bestuurscultuur. Maar als het nu ergens op aankomt dan is het een overheid die oogcontact houdt. Oogcontact met mensen zodat ze niet weggezet kunnen worden als fraudeurs of als een dossier of als een ding, maar dat ze altijd mens blijven.

Ik wil de minister-president vragen: Hoe staat met de voornemens om te werken aan die andere overheid? We hebben gezegd, elk schrijven van een overheid zou moeten ondertekend met naam en toenaam, met een telefoonnummer, met een e-mailadres. Die overheid moet bereikbaar zijn, die moet een gezicht krijgen.

Is wetgeving al doorgelicht op hardheidsclausules? Zodat we niet mensen die allemaal van elkaar verschillen toch allemaal noodgedwongen gelijk behandelen? Of stelt die hardheidsclausule ons in staat om ieder mens in de ogen te kijken en recht te doen? Kan de minister-president ons op dit punt bijpraten?

Tot zover de les van Harky Klinefelter. Laten we in vredesnaam met elkaar oogcontact houden.

In deze politiek ingewikkelde tijden is het misschien raadzaam om wat minder te praten over onze verschillen met anderen en wat meer over onze idealen voor dit land. En dit debat is daar de aangewezen plek voor.

Deze zomer las ik dit boek, De Tweede Berg, geschreven door David Brooks, Columnist van de New York Times. Dit is een prachtig boek, een zoektocht naar een zinvol leven. Het beschrijft twee bergen en het begint bij die Eerste Berg.

Die Eerste Berg is de berg van zelfontplooiing, waarin het draait om jezelf, om je unieke ‘ik’. Het is de berg van het pakken van je kansen, de berg van geld, goed en imago. De bedrijven op de Eerste Berg gaan voor maximale winst, desnoods ten koste van mensen, desnoods ten koste van de natuur. En de unieke belevenissen die je op die Eerste Berg wilt hebben, gaan natuurlijk per vliegtuig. Het leven op de Eerste Berg drukt zwaar op onze samenleving, op schepping en op het klimaat.

We worden die Eerste Berg opgestuwd door de bevlogen toespraak bij de diploma-uitreiking waar die bevlogen docent zegt: ‘jaag je droom na! Als jij je kansen pakt, reik naar de sterren… het kan!’ We hebben geslaagde filmsterren, sporthelden en influencers, die ons op Instagram prachtige foto’s laten zien van een geslaagd leven en hun verhalen vertellen, dat zij moeite hadden, maar ze hebben overwonnen, en kijk eens: ze hebben succes. En ze vertellen ons dat je de kansen die je krijgt, moet pakken. Het Zwitserleven is een kwestie van kiezen. Het is een keus.

Maar er hoeft maar iets te gebeuren en dan val je toch echt van die berg af en beland je in een dal, in een crisis. Zo’n persoonlijke crisis kan kort of lang duren, maar dan ligt wel de Tweede Berg voor je.

Dat is de berg waarin het niet langer alleen maar om jezelf draait, maar het draait om duurzame verbintenissen, trouw, om zorg voor elkaar, zelfopoffering.

Een zinvol leven waarin je weet dat wij allemaal kleine krabbelaars zijn, kwetsbare mensen. En dat we het alleen redden als andere mensen ons helpen. je zelf een kleine, kwetsbare krabbelaar bent die alleen met hulp van anderen je leven kan leven. En ondernemers van de Tweede Berg zorgen goed voor hun personeel en willen niet dat hun werk ten koste gaat van de natuur, van de schepping. Het is ook een kleine stap van dit boek, van David Brooks, naar onze politieke keuzes hier en nu. Want elke keuze die we maken duwt ons ofwel de Eerste Berg op, ofwel de Tweede Berg op.

Ons belastingstelsel gaat er eigenlijk helemaal vanuit dat je vooral een individu bent en dat vooral betaald werk je gelukkig maakt. Mensen die op hun plek in hun gezinsleven ervoor kiezen om wat meer te zorgen en minder te werken, worden fiscaal steeds zwaarder gestraft.

Het Leenstelsel is eigenlijk helemaal bedacht op die Eerste Berg. Het is bij uitstek een uiting van de meritocratische belofte. Als jij hard werkt, als jij investeert in jezelf, als jij het risico neemt, kun je je kansen pakken en naar de sterren reiken. Dan is die 30.000, 40.000 euro schuld peanuts. Want dit land en dit leven zullen je daarna rijkelijk belonen voor al jouw inspanningen.

Maar de ongenadige keerzijde van deze meritocratische belofte is dat als het leven even tegenzit, als je niet op tijd afstudeert, als je toch schuld maakt, als je niet die geweldige baan hebt, als je onverhoopt verder in de schulden komt, dat jij gefaald hebt in het pakken van je kansen. Dat het je eigen schuld is. Maar dan ook echt, je eigen schuld.

Ondertussen heb je in het Nederland van nu minder kans op een vaste baan, omdat onze flexibele arbeidsmarkt helemaal bedacht is door mensen die bovenop de Eerste Berg zitten. Door mensen die het zelf prima hebben. Die hun kansen inderdaad hebben gepakt. Maar als je pech hebt, van tijdelijk baantje naar tijdelijk baantje gaat, minder verdient dan gemiddeld, eerder gezondheidsklachten hebt, dan heb je dus je kansen niet gepakt.

En als je in je correspondentie met de overheid een fout of een vermeende fout maakt, dan hoef je niet op de genade van de overheid te rekenen, zo merkten duizenden ouders in de kinderopvangtoeslag affaire. En op het moment dat je misschien eindelijk van je schulden af bent, dan zijn je kinderen net oud genoeg om zelf schulden te gaan maken. Het is als een soort Sisyphusarbeid. Hoe hoog je die steen ook maar de berg oprolt, hij komt altijd weer naar beneden. Hoe hard je ook werkt, hoeveel je ook werkt, schulden zullen je altijd blijven pletten.

Inmiddels is volkshuisvesting een woningmarkt geworden. Ook dat is bedacht door mensen die boven op de Eerste Berg er zelf warmpjes bij zitten. Huizen zijn bedoeld om in te wonen, maar door ongeremde marktwerking zijn het winst fabrieken geworden voor speculanten, huisjesmelkers, buitenlandse investeerders. Ondertussen hebben starters nog nauwelijks een kans. Heeft de helft van de huurders geldzorgen. Een kwart van de huurders kan daardoor de basisuitgaven voor het hele gewone leven niet meer betalen. En in steeds grotere delen van ons land is een normaal huis voor een normaal gezin niet meer te betalen.

We wonen niet meer om te leven, maar we werken om te kunnen wonen. En dat klopt niet.

Natuurlijk gaat er veel goed in dit land. En ook dit kabinet heeft veel goeds gedaan.Er is eindelijk ambitieus klimaatbeleid, er is veel meer geld voor onderwijs, veel meer geld voor veiligheid, er is een Pensioenakkoord, er is beter integratiebeleid, er wordt een omslag gemaakt naar kringlooplandbouw, er is veel kwalitatief zeer goede zorg. Ons land komt ook verrassend sterk uit de coronacrisis.

Maar al die zegeningen zijn lang niet altijd eerlijk verdeeld. We laten sommige mensen nog teveel in de steek.

Het zijn vooral praktisch opgeleide mensen met een lager salaris, die steeds meer onzekerheid in hun werk hebben, steeds moeilijker rond kunnen komen, een steeds groter deel van hun inkomen kwijt zijn aan wonen. En gemiddeld leven ze zeven jaar korter. Het zijn mensen die bijvoorbeeld in deze stad in Moerwijk wonen, in beschimmelde huizen en met een concentratie aan sociale problemen om en in het huis. En dat is geen natuurverschijnsel, maar het gevolg van politieke keuzes over hoe wij onze welvaart verdelen, de inkomens, onze banen, onze woningen. Het is precies die groep van praktisch opgeleide mensen die volgens het SCP steeds minder vertrouwen heeft in de overheid en in hun medemens. Vind je het gek, zou ik zeggen.

En uitgerekend deze groep van praktisch geschoolde mensen laten we ook nog eens een keer concurreren met arbeidsmigranten uit andere delen van de Europese Unie, die we vaak slechter betalen en in matige omstandigheden huisvesten. Als die hun banen verliezen, raken ze vaak ook hun huis kwijt en komen ze dakloos, ergens in de grote steden, op straat te staan. En de grote steden merken dat.

Het zijn daarnaast ook vooral jongeren die steeds hogere schulden hebben, steeds moeilijker kunnen rondkomen, steeds vaker zijn aangewezen op tijdelijke baantjes, die onvoldoende belonen om één van die veel te dure woningen te kunnen betalen. En in de hectiek van studie- en prestatiedruk geeft nu bijna de helft van de 18-plussers aan dat ze eenzaam zijn.

We hebben een hele generatie een Gouden Eerste Berg beloofd, maar velen van ons zijn in een dal beland. Met meer schulden, meer eenzaamheid, meer onzekerheid en minder illusies.

Er is ook een Tweede Berg.

Dat is het leven waar je geluk niet bepaald wordt door de baan die je hebt,niet bepaald wordt door het geld dat je bezit, en niet bepaald wordt door wat andere mensen van je vinden.

Het is een leven waarin je trouw bent aan de vrienden en geliefden om je heen. Het is een leven waarin je je toewijdt aan je roeping. Waarin ondernemers waarde toevoegen, hun personeel goed betalen en de schepping ontzien. Waarin je in gastvrijheid en vrijgevigheid je leven deelt met mensen die op je pad komen.

Het is een leven met meer ‘wij’ dan ‘ik’.

Een leven waarin je hart, je ziel en relaties met de mensen om je heen belangrijker zijn dan het aantal likes op sociale media.Het is een leven in harmonie met de schepping die we niet langer uitputten, vervuilen en kaalplukken, dat hele andere rapporten van het IPCC zou opleveren dan nu.

Het brengen van geluk is geen primaire overheidstaak. Integendeel. Pas op voor de overheid die u dwingt om gelukkig te zijn. Maar politieke keuzes kunnen die Tweede Berg wel dichterbij brengen. Dat begint met recht doen aan mensen, met minder valse beloftes en meer rechtvaardige politieke keuzes. Want het is een politieke keuze om mensen recht te doen. En we doen mensen recht door:

de woningmarkt te beteugelen en via volkshuisvesting woningen weer betaalbaar te maken
het belastingstelsel te hervormen, zonder toeslagen, zodat we onze welvaart eerlijker verdelen, mensen beter in staat stellen om werk en zorg beter te kunnen combineren
de mensen in de zorg beter te betalen het leenstelsel af te schaffen en de basisbeurs weer in te voeren de kloof tussen vast werk en flexwerk veel kleiner te maken als samenleving in betere balans met de schepping te leven en boeren meer perspectief te geven met kringlooplandbouw niet alleen te praten over een nieuwe bestuurscultuur, maar ook echt in te zetten op een dienstbare overheid die oogcontact heeft, die genadig en rechtvaardig is voor eigen burgers samen te werken, ook deze dagen, en zo te voorkomen dat dit politieke jaar en deze begroting een verloren jaar en verloren begroting wordt.

Ik begon mijn bijdrage met Harky Klinefelter, naaste medewerker van Dr. Martin Luther King. Ik wil graag eindigen met Dr. Martin Luther King zelf. Hij had ooit een droom voor zijn land, een droom voor zijn kinderen. Een land waarin zijn kinderen niet meer zouden worden beoordeeld naar de kleur van hun huid, maar naar de inhoud van hun karakter. In onze gepolariseerde tijd snakken ook wij opnieuw naar een visioen, een droom, naar hoop, naar een Tweede Berg.

In zijn laatste toespraak voor hij werd doodgeschoten deelde Martin Luther King nog één keer zijn grootste droom en zijn ultieme hoop. En ik deel hem graag, hier en nu, als een bron van inspiratie voor ons allemaal.

Het is het slot van zijn laatste toespraak in Memphis, op de avond van 3 april 1968. De dag voordat hij zou worden doodgeschoten. En hij waant zich op een berg en hij heeft een prachtig uitzicht. En hij zegt dan:

I've seen the Promised Land. I may not get there with you. But I want you to know tonight, that we, as a people, will get to the Promised Land. So, I'm not worried about anything. I'm not fearing any man. For my eyes have seen the glory of the coming of the Lord.

Datum: 25 september 2021
Auteur: ChristenUnie - Gert Jan Segers
Foto: Videostill - ChristenUnie
Website: http://www.christenunie.nl

Dit artikel delen:

Meer nieuws: