MENU
Irak: De moed om te hopen

Irak: De moed om te hopen

27 jul

Medair - Baseema was 13 jaar toen de crisis begon. In augustus 2014 vielen gewapende groepen Sinjar aan. Duizenden mensen werden gedood in hun huizen en tienduizenden mensen vluchtten naar de berg Sinjar, zonder onderdak, eten of water. Ze konden er niet af door de gewapende strijders, waardoor ze op de berg vastzaten.

Baseema heeft sinds die tijd psychische klachten. Ze kan zich niets herinneren van die periode, maar ze vertelt dat ze maandenlang niet uit bed kon komen. “Ik kon niets zien en ik kon mijn handen niet bewegen,” vertelt de verlegen tiener. “Een paar maanden kon ik niet lopen en als ik het probeerde, viel ik flauw.”

Baseema zag visioenen en hoorde stemmen in haar hoofd. Mensen in zwartwitte kleren zeiden dat ze hen moest gehoorzamen. Een arts stelde de diagnose schizofrenie bij Baseema en gaf haar medicijnen, maar de symptomen namen niet af. In september 2016 begon ze met wekelijkse afspraken bij Firas, de psychosociale zorgverlener van Medair.

“In het begin praatte ik alleen met haar, om haar vertrouwen te winnen,” vertelt Firas, die zelf ook te lijden heeft gehad onder de gebeurtenissen van augustus 2014. “Ik gaf haar de ruimte om zich open te stellen, zodat ik haar symptomen beter kon begrijpen. Met alle nieuwe patiënten praten we eerst over hun beleving. Terwijl we manieren vinden om daarmee om te gaan, komen we dichter bij het echte trauma. Het is mijn taak om deuren voor haar te openen.”

Met de steun van Firas ging Baseema terug naar haar arts, die de diagnose bijstelde naar posttraumatische stress-stoornis en haar medicatie aanpaste. “Firas heeft me gezegd dat ik niet hoef te luisteren naar de stemmen in mijn hoofd. Ik kan zelf tegen ze vechten. Nu zeg ik dat ik alleen naar mijn dokter luister,” zegt Baseema met een lach, terwijl ze opkijkt. “Mijn leven is helemaal veranderd. Ik kan nu naar buiten gaan en mijn familie is heel opgelucht.” Firas klapt in zijn handen ter bemoediging.

“Ze heeft nog een lange weg te gaan,” zegt hij. Hij is blij voor Baseema dat het beter met haar gaat. “Ze heeft nu in ieder geval hoop. Ze heeft gemerkt dat ze beter kan worden en ze kan zichzelf helpen. Ze werkt er hard aan.”

Psychosociale zorg door middel van gesprekken is nieuw in deze cultuur, waar om hulp vragen enorm beschamend kan zijn. Toch zien we de overlevenden van de gebeurtenissen in augustus 2014 elkaar niet veroordelen. “We hebben allemaal hulp nodig,” vertelt de dorpsleider. “Ik heb het nodig, mijn vrouw en mijn kinderen. Het is duidelijk, ik zie het dagelijks. Telkens als er een hard geluid is of een vliegtuig overvliegt, kijken de mensen bang om zich heen, bang dat iemand hen kwaad wil doen.”

Over de Medair-medewerkers zegt hij: “Dit is een heel goed team.” “Ze respecteren mensen en doen alles wat ze kunnen om te helpen. Ze begroeten iedereen met een lach en we kunnen allemaal de medicijnen krijgen die we nodig hebben. We zijn er heel dankbaar voor dat ze hier zijn.”

Baseema betekent ‘met een lach’. Als ze over haar huidige leven vertelt, lacht ze van oor tot oor. Iedereen heeft de verandering gezien. Ze vindt haar weg. Ze heeft de moed om te hopen.

In Noord-Irak biedt Medair gezondheidszorg, geldhulpprogramma’s, water- en sanitatieprojecten en noodhulp. In de regio Sinjar gaan mobiele medische klinieken wekelijks naar hulpbehoevende gemeenschappen toe. Lees meer over het levensreddende werk van Medair in Irak.

Het werk van Medair in Irak wordt mogelijk gemaakt door Swiss Solidarity, het Bureau voor Internationale Ontwikkeling van de VS (USAID), de Europese Unie, de Duitse federale onderneming voor Internationale Samenwerking, het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van de VN, Medicor Foundation (LI), Genossenschaft HILFE (CH), Transform Aid International (AU), Fondation Famille Sandoz (CH), Fondation Resurgens (CH) en particuliere donateurs.

Datum: 27 juli 2017
Auteur: Medair
Foto: Medair
Website: http://www.medair.org

Dit artikel delen:

Meer nieuws: