Ik ben Joey, 24 jaar, geboren in Roosendaal, Brabant, in een klein gezin. Als enig kind verlangde ik naar een broertje, maar die kwam er nooit. Thuis was ik een bewegelijk jongetje, maar op school juist het tegenovergestelde: stil en onzeker. In groep 1 bleef ik al zitten. Ik probeerde erbij te horen door anderen na te doen. Ik wilde koste wat het kost niet gepest worden, dus deed ik mee met de pesters.
Zo werd ik zelf een pestkop, nam een grote mond aan, ging fikkies steken, treiterde andere kinderen na school. Het zag er allemaal heel stoer uit, maar ik voelde me er nooit mezelf bij. Ook al kreeg ik alle ruimte om te praten over mijn gevoel, ik deed dat nooit.
Hoewel ik mijn communie deed, was geloof toen niet iets levends voor me. Ik kende de verhalen, maar deed het voor de cadeaus. Met God heb ik me nooit bezig gehouden als kind.
Op de middelbare school begon ik te stelen. Ik voelde me nergens thuis, droeg altijd een vrolijk masker terwijl ik vanbinnen bang en verdrietig was. Wat begon als ‘kattenkwaad’, werd serieuzer: ik begon met inbreken, mishandeling en brandstichting. Het gaf me een kick en erkenning van de jongens om me heen. Ik wilde erbij horen, iemand zijn. Maar ik raakte steeds verder verwijderd van mijn ouders en van mezelf.
Tijdens de mishandeling op mijn 14e, waarbij we een jongen zwaar verwondden, leek het alsof iets duisters bezit van me nam. Alles gebeurde in een soort waas. Op mijn 15e stak ik een huis in brand terwijl er nog iemand binnen was — uit wraak, zonder echt te begrijpen wat ik aanrichtte. Ik werd opgepakt voor inbraak, zat vijf dagen in een isoleercel. Dat brak me, maar veranderde me niet. Ik ging weer door. De ernst van wat ik deed voelde ik niet. Ook 150 uur taakstraf zorgde niet voor een positieve verandering.
Ik wilde machtig zijn, gezien worden. Op mijn 16e stopte ik met inbreken, maar stapte over op de drugs. Ik ging het verhandelen en begon zelf zwaar te blowen. Drugs gaven me rust. Later ontdekte ik cocaïne. Blowen door de week, snuiven in het weekend. Dat was altijd een sociaal gebeuren. Ik gebruikte alleen samen met de jongens.
Het duurde niet lang voordat mijn verslaving alles overnam. Op mijn 19e gebruikte ik in mijn eentje, loog, bedroog, en stal zelfs van mijn ouders. Al vanaf mijn tiende nam ik geld uit de portemonnee van mijn moeder. Ik chanteerde mijn ouders met zelfmoord — niet omdat ik dat echt wilde, maar om ze te dwingen te doen wat ik wilde. Mijn ouders zagen me afglijden en waren machteloos.
Ik raakte steeds verder in de problemen. Ik reed onder invloed van drugs en kreeg een paniekaanval terwijl ik drugs van anderen ophaalde voor geld, dit liep met een sisser af. Ik heb meerdere psychoses gehad waar ik gelukkig uit ben gekomen. Mijn verslaving nam volledig de overhand, ik beroofde een oudere vrouw om drugs te kunnen kopen. Dit is iets wat ik mezelf vandaag de dag nog ernstig kwalijk neem.
Omdat ik zoveel last had van mijn angsten en verslaving zocht ik hulp, ook door aandringen van mijn ouders. Ik werd opgenomen in een kliniek. Ik dacht: even afkicken en dan gezond omgaan met drugs. Maar zo simpel bleek het niet te zijn.
In die kliniek had ik een intense ervaring: terwijl ik op bed lag, voelde ik plots een stevige knuffel van achter en zag in een flits een witte veer. Ik was wakker, en het voelde zó echt. Het gaf me rust en angst tegelijk. Daar begon mijn zoektocht naar iets hogers.
Maar buiten de kliniek viel ik terug. Ik gebruikte weer, kreeg speed aangeboden en woog nog maar 48 kilo. Ik wilde niet meer leven. Tijdens een terugval kreeg ik opnieuw een psychose, slaapverlamming, hallucinaties van geesten, duivelse beelden. Op een dieptepunt riep ik letterlijk de duivel aan — als ik dan toch verloren was, laat hem mij dan maar gebruiken, concludeerde ik. Maar zelfs toen wist ik ergens: dit ben ik niet. Die gedachten zijn niet van mij.
Uiteindelijk kwam ik weer in behandeling. In een nieuwe kliniek werd ik écht geconfronteerd met mezelf. Via het 12-stappenprogramma werd ik afgebroken en opnieuw opgebouwd. Daar huilde ik voor het eerst in vijf jaar. Mijn ouders lazen brieven voor. De woorden van mijn ouders braken me.
Na de kliniek ging ik naar een Safe House. Daar probeerde ik opnieuw te herstellen, maar bleef me vastklampen aan oude vrienden. Die leken me te begrijpen, maar hielden me eigenlijk gevangen. Ik was eenzaam, wist niet hoe ik me moest uitspreken. Uiteindelijk vond ik opnieuw hulp. Negen maanden lang ging ik door een zwaar traject. Ik begon te praten over mijn emoties, maar mijn denken richtte ik op geld, gokken, crypto.
Toch begon er iets te veranderen. Ik ging weer bidden, lezen in de Bijbel. Het ging met vallen en opstaan. Ik onderzocht de kruisiging van Jezus en ontdekte dat er zoveel bewijs voor is. Ik begon te begrijpen dat het bedoeld is voor mij. Zodat ik vergeving kan ontvangen voor al die vreselijke dingen die ik heb gedaan. Dat God allang weet hoeveel fouten ik nog ga maken, maar dat Hij mij toch liefheeft. Als ik maar op Jezus blijf zien dan kan ik door met mijn leven. Iets opbouwen in plaats van afbreken.
In een crisissituatie, op een afdeling tussen daklozen en schizofrene mensen, besefte ik hoe ver ik was gegaan. Iemand bad voor me en vroeg God Zijn hand op mijn schouder te leggen — vlak voordat hij het gebed had uitgesproken, voelde ik Gods hand. Hier maakte ik een keuze: ik koos bewust om mijn eigen weg los te laten en me over te geven aan God.
In dit laatste traject begon ik pas echt te begrijpen wat herstel betekent. Ik kreeg taken, complimenten, begon verantwoordelijkheid te nemen. Ik zie nu dat ik niet meer die jongen ben. Ik hoef niet meer te gebruiken. Ik wil geen geld en macht, maar een nuchter leven opbouwen. Ik ben onderdeel geworden van een gemeenschap, ik lees de Bijbel met een oprecht hart en probeer eerlijke relaties aan te gaan.
Na zo’n moeilijke weg ben ik er eindelijk achter wie ik ben. Joey, een gevoelige jongen, vol twijfel, maar op zoek naar betekenis. Iemand die geleerd heeft wat liefde betekent. Ik hoef geen masker meer op te houden. God heeft mij gered.
Ik ben niet de grootste en de sterkste, maar ik hoor nu wel bij de Grootste en Sterkste — niet door macht, maar door overgave. Niet door kracht, maar door kwetsbaarheid.
***
Dit interview is met vriendelijke toestemming van Upstream geplaatst. Meer getuigenissen en informatie over Upstream is te vinden via deze link: www.upstream.cafe/verhalen
Auteur: Team Upstream
Kerk De Basis: www.basis.cc
Upstraim: www.upstream.cafe
Beeld: Videostill Youtube
Cursus: www.basis.cc/opzoeknaarGod

