Column – Mijn vrouw en ik hebben vandaag de begrafenis van Jennie bijgewoond, een vrouw die enkele huizen verder bij ons in de straat woonde. Tijdens de overdenking van de predikant kwam er een gedachte bij mij boven waarover ik nu wil schrijven.
Gedicht
Jennie heeft geen lang ziekbed gehad. Welgeteld vier dagen. Haar plotselinge overlijden heeft veel mensen geschokt omdat zij bekend was in onze woonplaats. Ze is de eigenaresse geweest van een supermarkt. En na haar pensionering was ze actief bij verschillende maatschappelijke organisaties. De familieleden vonden na haar overlijden in haar bijbels dagboekje een gedicht. Een van de coupletten luidt als volgt:
We hoeven alles niet te weten
alleen dit éne: “God is goed”.
Dan gaan we veilig aan Zijn handen,
het onbekende tegemoet.
Het onbekende tegemoet
De predikant heeft in zijn overdenking ook nadrukkelijk stilgestaan bij dit stille getuigenis van/over Jennie. Een onbekende bestemming, waarover ook het lied van Jacqueline van der Waals spreekt: Waar de weg mij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land.
Straks dicht bij God
Veel van wat ons te wachten staat in de hemel is voor ons nog onduidelijk. Maar de wetenschap dat we dan dicht bij God zullen zijn is toch wel heel bijzonder. Hoe ik dat zal ervaren weet ik niet. Ik wil hier 1 Korinthe 13:12 citeren: “Want wij kijken nu door een spiegel, wazig, maar dan van aangezicht tot aangezicht.” (Telosvertaling).
God nu al dichtbij
In de koptekst gaf ik aan dat tijdens de overdenking van de predikant een gedachte bij mij boven kwam. In plaats van de gedachte op weg te zijn naar een onbekende toekomst kwamen de woorden uit Psalm 73:28 voor mijn aandacht: “Het is mij goed nabij God te zijn.” De psalmist heeft het daar volgens mij over het hier en nu. Dus niet wachten op het moment waarop het tijdelijke voor het eeuwige wordt verwisseld. Nee, vandaag. Die woorden laten mij in zekere zin niet meer los. Weten – en som ervaren – dat God nu al dicht bij mij is. Zo kan een gelovige met Hem wandelen, zoals Henoch met God wandelde (Genesis 5:24).
Al schrijvend komt er een vreemde gedachte bij mij boven. Zou mijn wens in het hier en nu (alvast) dicht bij God te zijn ook iets te maken kunnen hebben met wat mij nog te wachten staat? Een bekende evangelist heeft eens gezegd: ‘We zullen in de hemel zijn wat God hier van ons heeft kunnen maken.’ Daarvan uitgaande heeft het hier en nu alles te maken met het straks.
Iets om over na te denken?
Auteur: Willem van Leiden
Foto: Oude koperen spiegel, dit geeft een wazig beeld (1 Korinthe 13;12)

