‘Laat Zijn linkerarm onder mijn hoofd zijn en Zijn rechter mij omhelzen.’ (Hooglied 2:6) – In de Bijbel zien we veel tegenstellingen, zoals: hemel en aarde, God en mensen, binnenkant en buitenkant, rechts en links, man en vrouw. Het ene deel vertelt van de eeuwige, hemelse, verticale dingen. Het andere deel van de tijdelijke, aardse, horizontale dingen.
Bij rechts en links in de Bijbel heeft rechts steeds te maken met de eeuwige, hemelse, Goddelijke dingen, met liefde: ‘God is liefde’, ‘de liefde vergaat nooit’ (= eeuwig). Links met de tijdelijke, aardse, zichtbare, berekenbare dingen, die onderworpen zijn aan wetten.
‘Maar als u een liefdegave geeft, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet.’ (Mattheüs 6:3)
Een liefdegave geef je met je ‘rechterhand’. Liefde hoeft niet eerst te overleggen, maar gaat spontaan, als iets vanzelfsprekends. Liefde wil zo graag de ander blij maken.
De ‘linkerhand’ heeft te maken met aardse wetten, met ‘voor wat hoort wat’, met berekend zijn. En dat hoort niet bij liefde, dat is het tegenovergestelde ervan.
Dat linkse, horizontale, tijdelijke, aardse is nodig als basis om hier op aarde te kunnen leven, maar is niet het doel van ons leven. Het doel zit in het rechtse, verticale, eeuwige, hemelse.
‘Het hart van de wijze richt zich naar rechts, maar het hart van de dwaas naar links.’ (Prediker 10:2)
Rechts en links zijn tegenstellingen, maar ze horen bij elkaar. Samen vormen ze het leven: zinvol, vreugdevol, grandioos!
Auteur en tekening: Redactie

