Brussel – De Europese Commissie betaalde de organisatie achter omstreden burgerinitiatief My Voice, My Choice. Dit bevestigt Eurocommissaris Hadja Lahbib (Gelijkheid) dinsdag op vragen van de SGP.
Pro-abortusorganisatie My Voice, My Choice vroeg via een burgerinitiatief de Europese Commissie om abortussen te gaan betalen voor vrouwen die in de eigen lidstaat geen abortus kunnen krijgen. Op 26 februari maakt de Commissie bekend hiervoor het Europees Sociaal Fonds (ESF+) open te zullen stellen.
30 fulltime lobbyisten
Opvallend was de campagne achter dit burgerinitiatief. Er waren 30 fulltime lobbyisten actief in de Europese instellingen volgens het transparantieregister van de EU. Daarnaast was er een enorme sociale-mediacampagne opgezet. SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen stelde daarom kritische vragen over dit ‘leger aan abortuslobbyisten’ en vroeg de Commissie of er ook Europees geld gemoeid was met deze campagne. Uit de antwoorden van de Commissie blijkt nu dat de Sloveense moederorganisatie, en grootste geldschieter van burgerinitiatief My Voice, My Choice, Inštitut 8. Marec, heeft wel degelijk EU-subsidies heeft gekregen.
“Geld van de belastingbetaler mag niet worden gebruikt voor lobbyactiviteiten. Hier kan sprake van zeer ernstige belangenverstrengeling, met grote gevolgen voor het ongeboren leven. Ik ga de Eurocommissaris nu vragen waar deze EU-subsidie precies voor gebruikt is”, reageert Ruissen.
Teleurgesteld
De SGP is bovendien teleurgesteld over de beslissing van de Commissie om het ESF+ open te stellen voor het betalen van abortussen. Ruissen vindt de handelswijze van de Commissie zeer dubieus: “De Commissie gaat haar boekje te buiten. Het ESF+ is niet bedoeld om abortussen mee te betalen. En nu blijkt ook nog dat de Commissie de organisatie van My Voice, My Choice heeft gesubsidieerd. Dit terwijl de lidstaten zelf gaan over abortusbeleid, niet de EU. Het lijkt wel alsof de Commissie er alles aan doet om de afspraken hierover gemaakt in het EU-verdrag te omzeilen.”
Web: www.eurofractie.sgp.nl
Auteur: Hélène Selderhuis
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

