Column – De afgelopen dagen heb ik geprobeerd mij een beeld te vormen hoe het was op de heuvel Golgotha, zo’n 2000 jaar geleden toen de Heere Jezus daar werd gekruisigd.
Beeldvorming
Ik wist dat het me niet zou lukken, maar toch heb ik het geprobeerd. Bij mijzelf na te gaan wat het bij mij oproept als ik mij een beeld probeer te vorm van alles wat er bij de kruisiging van de Heere Jezus is gebeurd. Wat roept het bij mij op bij het zien van de soldaten aan de voet van het kruis? Wat als ik kijk naar de gezichten van de farizeeën en schriftgeleerden. Maar ook van de nieuwsgierige omstanders. Of naar de reactie van kinderen als die daar zouden zijn geweest. Maar bovenal wat het met me doet als ik kijk naar de Heere Jezus en zie hoeveel pijn Hij lijdt. Zoals verwacht is het me niet gelukt.
Meezingen
Maar er is wat anders gebeurd. Ik wist mij in zekere zin te verplaatsen naar de gebeurtenis enkele dagen daaraan vooraf. Ik liep mee in een grote zingende stoet in de richting van Jeruzalem. De Heere Jezus zat op een ezel. Een hele menigte van de discipelen, waarvan ik onderdeel uitmaakte, zeiden/zongen Hem toe “Gezegend is de Koning, Die daar komt in de Naam van de Heere, Vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hemelen.” Ik vond het heerlijk om dat uit volle borst mee te zingen. Misschien herken je dat wel als je met een grote groep gelovigen vol enthousiasme en overgave liederen zingt tot eer van de Heer. Daar kan je kippenvel van krijgen.
Waar zijn ze?
Maar waar zijn die mensen tijdens de kruisiging van de Heere Jezus? Waar waren zijn trouwe volgelingen? Volgens de vier evangelisten stonden bij het kruis een grote groep vrouwen die de Heere Jezus vanuit Galilea waren gevolgd, die vanuit de verte toekeken. Onder hen was Maria Magdalena en Maria de moeder van Jakobus en Joses, en de moeder van de zonen van Zebedeüs (Mattheus 27:55,56). Markus vertelt dat ook ene Salome daar stond. Lukas noemt geen namen, maar zegt dat al Zijn bekenden op een afstand stonden en het aanzagen. De evangelist Johannes wijst er op dat bij het kruis van de Heere Jezus Zijn moeder stond, de zuster van Zijn moeder, en Maria, de vrouw van Klopas en Maria Magdalena. Ook Johannes stond daar zelf. Valt het je op dat van de discipelen uitsluitend Johannes aanwezig was bij de kruising? Judas was overleden en Petrus had wellicht genoeg aan zichzelf toen hij zich steeds meer ging realiseren wat hij had gedaan. Hij had zijn Meester verloochend! Zaten de discipelen, na de angstige ervaring in de Hof van Gethsémané, misschien nu bang thuis? Wellicht dachten ze dat het beter is dat ze voorlopig hun gezichten niet meer laten zien. Je kunt maar nooit weten of je door een Romeinse soldaat wordt herkend. Dat kan wel heel verkeerd aflopen. En waar waren Zijn familieleden? Uitsluitend Zijn moeder Maria stond aan de voet van het kruis.
Waar zou ik zijn geweest?
Maar waar zou ik zijn geweest? Misschien thuis bij een van de discipelen? Even bang als hij? Of had ik het aangedurfd met Johannes en Maria mee te gaan naar de heuvel Golgotha om te zien wat er met de Heere Jezus gebeurde. Hoe Hij mijn plaats innam toen Hij aan het kruis werd gespijkerd. Ik ben bang dat ik weet wat ik zou hebben gedaan. Daarom sluit ik deze column af met een vraag en een gebed.
Vragen:
De volgende passages uit het bekende lied “Is dat, is dat mijn Koning!” sluiten goed aan bij de vragen die bij mij bovenkomen als ik denk aan het lijden van de Heere Jezus:
Moet Hij dat spotkleed dragen,
Dat riet, die doornenkroon?
Lijdt Hij die smaad, die slagen?
Hij, God! uw eigen Zoon!
Laat mij toch nooit vergeten
Die kroon, dat kleed, dat riet;
Dit trooste mijn geweten,
’t Is al voor mij geschied.
Gebed:
Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten,
in deze zee verzinken mijn gedachten:
o liefde die, om zondaars te bevrijden,
zo zwaar moest lijden.
Amen
Auteur: Willem van Leiden
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

