Verlangen naar ‘verlichting’

‘Ik ben de Here en er is geen ander, die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep; Ik de Here doe dit alles.’ (Jesaja 45:7) 

In Genesis 1, als God de hemel en de aarde schept, is er eerst duisternis. Het is niet zo dat het licht gemaakt wordt en dat er daardoor duisternis is. Nee, de duisternis is er al voordat er licht komt. De schepping begint met duisternis. Dat is de basis. 

We zien dit ook in de natuur. Al het nieuwe leven, dat aan het licht komt, dat zichtbaar wordt, komt voort uit de duisternis, waarin het verborgen was: de duisternis van de aarde, van de baarmoeder, van een ei of een cocon. Die duisternis is de basis.

In de Bijbel (en ook nu nog steeds in Israël) begint een nieuwe dag als het ’s avonds donker wordt. Zo is ook de duisternis van de nacht, waarin wij slapen de basis voor de nieuwe dag als het licht weer doorbreekt en wij fris en uitgerust opnieuw beginnen.

Ook in ons leven begint iets nieuws als het donker wordt in ons leven, als je niet meer weet hoe het verder moet, als het je gaat benauwen en je verlangt naar licht in de duisternis, je bidt om ‘verlichting’. Dan kan de Here God het je geven: ‘de Here, mijn God, doet mijn duisternis opklaren.’ (Psalm 18:28) 

Zo is het patroon van het komen van nieuw leven, nieuwe vrucht, een nieuwe fase steeds weer: komen ‘uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht’ (1 Petrus 2:9)  

God scheidt licht en duisternis (Genesis1:4). 

Hij heft de duisternis niet op. 

Hij laat het ene tegenover het andere staan. 

Beide horen bij het leven hier op aarde. Alleen zo kan ons leven blijven bewegen, veranderen, groeien, vreugdevol, zinvol, met nieuwe fases en nieuwe vruchten.

‘Voor de oprechten gaat het licht in de duisternis op.’ (Psalm 112:4)

Auteur: Redactie
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen`

Christelijk Nieuws
ChristelijkNieuws.nl maakt gebruik van cookies