Ali Salim woont in een Palestijns vluchtelingenkamp op de Westelijke Jordaanoever. Als zijn echte identiteit bekend wordt, zou hij worden beschouwd als verrader van de Palestijnse zaak. Toch wil hij zich uitspreken: niet namens een regering of politieke beweging, maar namens zichzelf. Omdat hij vindt dat de wereld moet weten hoe zijn leven er écht uitziet.
Wat veranderde er op 7 oktober voor hem? Hoe kijkt hij naar Hamas, de Palestijnse Autoriteit en Israël? Hoe is het om op te groeien in een vluchtelingenkamp? En waarom gelooft hij dat vrede alleen mogelijk is als ook Palestijnen kritisch durven zijn op hun eigen leiders? In deze exclusieve uitzending deelt Ali zijn verhaal.
Ali vind het fijn om zijn gedachten en ervaringen van de afgelopen jaren met ons te delen, vooral sinds 7 oktober. In die periode is hij persoonlijk een heel andere weg ingeslagen binnen de Israëlische samenleving. Hij is zich gaan verdiepen in het Joodse verhaal en het Joodse perspectief. Daardoor zijn zijn opvattingen ingrijpend veranderd. Dat is de persoonlijke verandering die hij heeft doorgemaakt.
Ali: ‘Ik kan mijn echte identiteit, gezicht en stem niet laten zien. In de Arabische cultuur is er helaas weinig ruimte voor zelfkritiek of voor mensen die afwijken van de heersende opvattingen. Het is in veel opzichten een cultuur waarin gehoorzaamheid belangrijk is. Binnen het Israëlisch-Palestijnse conflict zijn afwijkende ideeën of meningen al helemaal niet welkom. De Palestijnse samenleving is bovendien sterk gericht op eer en reputatie. Je moet voortdurend rekening houden met hoe anderen je zien. Als je je reputatie verliest, raak je niet alleen zelf veel kwijt, maar ook je familie, vrienden en dierbaren worden daardoor geraakt.’
Je wordt gezien als verrader
‘Als je bijvoorbeeld Hamas bekritiseert of de gebeurtenissen van 7 oktober veroordeelt, word je gezien als een verrader die zijn eigen volk in de rug steekt. Je krijgt het etiket dat je samenwerkt met Israël.
Dat kan ertoe leiden dat je lichamelijk gevaar loopt. Mensen kunnen je auto of zelfs je huis in brand steken. Maar misschien nog belangrijker: je verliest je sociale reputatie. Je wordt als verrader beschouwd en er blijft eigenlijk geen plek meer voor je over in je eigen gemeenschap.’
‘Ik vind het belangrijk dat de wereld weet dat er ook Palestijnen zijn die anders denken. Er zijn pragmatische Palestijnen die vooral naar de toekomst willen kijken in plaats van voortdurend in het verleden te blijven hangen. Zij willen de werkelijkheid onder ogen zien en hopen op een betere toekomst voor zowel Palestijnen als Israëli’s.’
Leven in een vluchtelingenkamp
Ali vertelt dat hij op de Westelijke Jordaanoever in een vluchtelingenkamp woont. Volgens hem is het moeilijk uit te leggen hoe het daar werkelijk is. Hij vergelijkt het kamp met een blik sardientjes: alles is overvol en er is nauwelijks ruimte. Als kind miste hij de meest basale dingen, zoals een speelplaats, een park of een stukje groen. Zelfs thuis, op school en in de straten is er weinig ruimte. Hij vertelt dat de scholen van UNRWA vaak overvol zijn. Klassen met 55 tot 60 leerlingen zijn volgens hem geen uitzondering.
Wonen mensen nog in tenten?
Ali: ‘Veel buitenlandse bezoekers dat denken, maar dat dit al lang niet meer zo is. Tegenwoordig bestaan de vluchtelingenkampen uit dicht op elkaar gebouwde huizen en hoge betonnen gebouwen. Het zijn geen tentenkampen meer, maar dichtbevolkte woonwijken.’ UNRWA verzorgt volgens hem het onderwijs, de gezondheidszorg en enkele gemeentelijke diensten in de kampen. Toch is de overbevolking volgens hem nog steeds een groot probleem.
Over de toekomst en vrede
Later in het gesprek zegt Ali dat de situatie sinds 7 oktober fundamenteel is veranderd. Volgens hem is het wantrouwen aan Israëlische kant verder toegenomen. Veel Israëli’s hebben het gevoel dat zij de Palestijnen niet kunnen vertrouwen, omdat eerdere pogingen tot een oplossing telkens zijn ondermijnd door Hamas en andere gewapende groepen.
Aan Palestijnse kant ziet hij een ander probleem: veel mensen hebben het gevoel dat er geen stabiele toekomst meer mogelijk is. Volgens hem willen steeds meer Palestijnen emigreren. Hij noemt cijfers die hij zegt te hebben gehoord van Europese vertegenwoordigers in Ramallah: vóór 7 oktober werden er wekelijks ongeveer 30 à 40 visumaanvragen voor Europa ingediend; sinds 7 oktober zouden dat er ongeveer duizend per week zijn. Volgens hem laat dat zien hoeveel mensen willen vertrekken omdat zij geen hoop meer zien.
Hij voegt eraan toe dat dit volgens hem ook gevolgen heeft voor Europa, omdat de problemen van het Midden-Oosten zich daardoor deels naar Europese landen verplaatsen.
Zijn visie op vrede
Op de vraag of hij gelooft dat vrede mogelijk is, antwoordt Ali dat hij die hoop moet blijven houden. Zonder die hoop zou hij in wanhoop vervallen. Hij zegt dat zijn persoonlijke vriendschappen met Israëli’s en Joden hem laten zien dat vreedzame relaties wel degelijk mogelijk zijn. De grote uitdaging is volgens hem om zulke persoonlijke ervaringen te vertalen naar de samenleving als geheel. Volgens Ali zijn daarvoor veranderingen aan beide kanten nodig.
Aan Palestijnse zijde vindt hij dat de huidige politieke leiding moet verdwijnen. Hij noemt Fatah corrupt en beschuldigt de beweging ervan het conflict in stand te houden. Over Hamas zegt hij dat de organisatie Gaza nergens naartoe leidt en geen basis biedt voor een duurzame vrede.
Ook aan Israëlische zijde ziet hij volgens eigen zeggen onvoldoende visie. Hij begrijpt dat de aanslagen van 7 oktober het vertrouwen ernstig hebben beschadigd, maar vindt dat de huidige Israëlische regering geen geloofwaardig toekomstperspectief biedt.
Waar kunnen mensen voor bidden?
Op de laatste vraag antwoordt Ali dat mensen in de eerste plaats kunnen bidden voor een blijvende vrede. Volgens hem heeft het land in de afgelopen zeventig jaar nauwelijks echte vrede gekend.
Daarnaast hoopt hij dat mensen hun hart voor elkaar zullen openen, minder blijven leven vanuit haat en ophitsing, en elkaar zullen accepteren. Hij wenst dat het land uiteindelijk een plek kan zijn voor iedereen die er in vrede wil leven, het respecteert en zich ermee verbonden voelt.
Hij sluit af met de hoop dat uiteindelijk de menselijkheid sterker zal blijken dan alle verschillen en conflicten. Aan het einde bedankt hij Sara voor de kans om zijn gedachten te delen. Hoewel hij anoniem moet blijven, zegt hij dat het hem oplucht om zijn mening toch te kunnen uitspreken, omdat hij die vaak niet eens met collega’s, vrienden of familie kan delen. Sara bedankt hem vervolgens voor zijn openheid.
Christenen voor Israël
Christenen voor Israël is een Nederlandse christelijke organisatie die zich inzet voor steun aan Israël en het Joodse volk, vooral vanuit een Bijbelse overtuiging dat God verbonden blijft met Israël en Zijn beloften aan het Joodse volk zal vervullen. De stichting, opgericht in 1980, geeft onderwijs, informatie en publicaties over Israël en de Bijbel, organiseert lezingen, reizen en evenementen, en roept christenen op tot solidariteit met Israël en tegen antisemitisme. Daarnaast ondersteunt ze projecten in Israël, zoals hulp aan kwetsbare groepen en terugkeer-initiatieven (aliyah).
Online winkelen in Israël?
Ga dan naar de webshop en bekijk het complete assortiment.
Auteur: Redactie / Christenen voor Israël
Web: www.cvi.nl
Foto: Videostill CVI

