Ons land kan niet eenzijdig het EU-handelsbeleid omzeilen met boycot Israëlische nederzettingen

Brussel – Europarlementariër Bert-Jan Ruissen (SGP) eist duidelijkheid van de Europese Commissie over het Nederlandse voornemen om vanaf 22 september de import, verkoop en doorverkoop van goederen uit Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever te verbieden.

Volgens Ruissen raakt Nederland hiermee rechtstreeks aan de Europese gemeenschappelijke handelspolitiek, die tot de exclusieve bevoegdheden van de EU behoort. “Nederland kan niet naar believen eigen handelsverboden optuigen. Als lidstaten zelf gaan bepalen welke goederen uit derde landen wel of niet mogen worden verhandeld, ondermijnen we de Europese interne markt én de rechtszekerheid van ondernemers.”

Ruissen vraagt de Commissie of het Nederlandse besluit juridisch verenigbaar is met de EU-verdragen en welke gevolgen het heeft als lidstaten zelfstandig handelsbeperkingen invoeren terwijl de EU zelf geen vergelijkbare maatregel heeft vastgesteld.

De schriftelijke vraag (zie hieronder) wordt behandeld met spoed. De reactie van de Europese Commissie wordt binnen 3 weken verwacht:

Nederlandse handelsmaatregelen ten aanzien van goederen afkomstig van de Westelijke Jordaanoever 

De Nederlandse regering stelt per 22 september 2026 een nationaal sanctiebesluit in dat de import, verkoop en doorverkoop van goederen afkomstig van Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever verbiedt. 

-Is de Commissie van oordeel dat een unilateraal nationaal verbod op de invoer, verkoop of doorverkoop van goederen uit een derde land of gebied verenigbaar is met de exclusieve bevoegdheid van de Unie inzake de gemeenschappelijke handelspolitiek als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt e) VWEU? 

-Krachtens artikel 346, lid 1, punt e) VWEU zijn afwijkingen van deze exclusieve bevoegdheid slechts in uitzonderlijke omstandigheden mogelijk ter noodzakelijke bescherming van essentiële veiligheidsbelangen. Die maatregelen mogen de mededingingsverhoudingen op de interne markt niet wijzigen voor producten die niet bestemd zijn voor specifiek militaire doeleinden. Is de Commissie van oordeel dat van dergelijke omstandigheden in dit geval sprake is, en zo ja, op welke gronden? 

-Is de Commissie van mening dat lidstaten zelfstandig handelsbeperkingen kunnen invoeren wanneer de Unie daarvoor geen specifieke beperkende maatregelen heeft vastgesteld, en welke gevolgen heeft dit voor de rechtszekerheid van Europese ondernemingen die actief zijn in grensoverschrijdende handel? 

Auteur: Walter Jordaan / Bert-Jan Ruissen
Meer info: www.eurofractie.sgp.nl
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen (winkel met producten uit Israël)

Christelijk Nieuws
ChristelijkNieuws.nl maakt gebruik van cookies