Aaron Abramson: ‘De offerdood van de Heere Jezus aan het kruis liet me zien wat Goddelijke barmhartigheid werkelijk inhoudt.’ Aaron Abramson is leider en uitvoerend directeur van Jews for Jesus. Hij groeide op in een interreligieus gezin in Seattle. Zijn vader is Joods opgevoed, zijn moeder katholiek en beiden zijn tot het geloof gekomen dat Jezus de Messias is.
‘Toen ik ongeveer twaalf jaar oud was, begon ons gezin een Messiaanse gemeente te bezoeken om onze Joodse wortels te verdiepen,’ vertelt Abramson. Ongeveer een jaar later vierde hij zijn bar mitswa. Zijn haftara-lezing – een selectie uit de boeken van de profeten – was Jesaja 1:18, waar staat: ‘Al zijn uw zonden als scharlaken, ze zullen wit zijn als sneeuw.’
‘Op mijn dertiende begreep ik de betekenis van deze belofte, die later mijn leven zou ontsteken en hervormen, nog niet volledig.’
Twee jaar later veranderde alles. Zijn familie maakte aliyah en ging wonen in een orthodoxe gemeenschap ongeveer een uur ten noordwesten van Jeruzalem. ‘Op mijn zeventiende besloot ik van huis te vertrekken om mijn Joodse achtergrond beter te begrijpen. Mijn zoektocht bracht me naar een orthodoxe jesjiva in Jeruzalem, waar jonge mannen werden opgeleid tot rabbijn.’
Steeds meer vragen
Aaron Abramson kwam daar binnen met de verwachting antwoorden te krijgen, maar ging naar buiten met meer vragen dan ooit. Wat betekent het nu echt om Joods te zijn? Waarom gaf God de Thora? Bestaat Hij wel? ‘Hoe meer ik studeerde, hoe meer de muren om me heen zich leken te sluiten.’
Tijdens zijn tijd op de jesjiva raakte hij bevriend met Joshua, een orthodoxe Jood uit Montreal. ‘Terwijl ik voelde dat mijn Joodse identiteit onder druk begon af te brokkelen, leek Joshua’s toewijding aan Israël en zijn geloof alleen maar te groeien.’
In 1992 meldden ze zich samen aan bij de Israëlische strijdkrachten (IDF), Joshua voor zijn dienstplicht en Abramson uit burgerplicht. ‘Op een dag, toen ik met mijn parachutisteneenheid in de woestijn bij de Dode Zee gestationeerd was, zag ik Joshua’s naam op de voorpagina van een Israëlische krant met het woord ne’dar, vermist. Paniek en ongeloof overspoelden me toen ik snel naar Jeruzalem ging om me bij de zoektocht naar hem aan te sluiten. De uitkomst was verwoestend. Joshua was ontvoerd, gemarteld en vermoord door Hamas-terroristen, simpelweg omdat hij Joods was. Zijn dood heeft me diep geraakt.’
Voor een eerst een Nieuwe Testament in handen
‘Mijn tijd in het Israëlische leger werd alleen maar moeilijker. Ik worstelde met depressie en een diep gevoel dat de wereld kapot was. Tegen de tijd dat ik mijn diensttijd had voltooid, was ik moe van conflicten, moe van God en moe van het leven in Israël.
Ik verliet Israel en ging op reis met een Israëlische vriend, naar Amerika, Canada en Mexico. En ik ontmoette liefdevolle mensen die mijn gebrokenheid zagen en me over Jezus vertelden. Ik werd uitgedaagd om het Nieuwe Testament te lezen.
Trots maakte me terughoudend. Ik wilde niet toegeven dat ik het nog nooit had gelezen. Maar nieuwsgierigheid en een gevoel van wanhoop overwonnen mijn weerstand. Ik opende de tekst voor het eerst en de woorden vonden weerklank diep vanbinnen. Alles wat ik sinds mijn jesjiva-tijd in twijfel had getrokken, zoals de aard van God, het doel van Gods wetten en onze rol in Gods schepping, begon logisch te worden. Ik ontdekte Jezus in die bladzijden, niet als een afstandelijke figuur, maar als een vervulling van de Hebreeuwse Geschriften.’
Geraakt door de gelijkenissen over de verloren zoon en het verloren schaap
‘De profetieën over de Messias, de leerstellingen van de Thora en de geschriften van de profeten wezen allemaal naar Hem. De gelijkenissen van Jezus drongen diep door in mijn verharde hart. Het verhaal van de verloren zoon weerspiegelde mijn eigen ervaringen. Het verloren schaap weerspiegelde mijn gevoel van eenzaamheid. Het hoogtepunt van Jezus’ leven, Zijn offerdood aan het kruis, schokte me door de diepte van Zijn liefde. Een onschuldige Joodse man, gemarteld en gedood, Die om vergeving van Zijn beulen bad, liet me zien wat Goddelijke barmhartigheid werkelijk inhoudt.’
Voor het eerst in jaren kreeg Abramson hoop. ‘Ik riep de God van mijn voorouders aan en vroeg Hem om mij te vergeven, mij te reinigen en Heere te zijn over mijn leven. Een vreugde die ik nooit had gekend, vervulde mij, vergezeld van een diepe, blijvende vrede.
In die periode keerde ik terug naar huis en verbleef bij mijn familie in Israël. Op een zondagochtend dwaalde ik door de met graffiti bekladde straten van de Armeense wijk in Jeruzalem om mijn eerste kerkdienst als gelovige bij te wonen.’
Kerkdienst in het Arabisch
‘Tot mijn verbazing was de dienst in het Arabisch en zat de gemeente vol met voormalige moslims. Mijn argwaan werd meteen gewekt. Ik voelde me een indringer. Maar dominee Issam, een Arabische man met een warme glimlach, verwelkomde me met open armen. Zijn woorden en de gemeenschap van Joden en Arabieren die samen aanbaden, lieten op indrukwekkende wijze Gods hart van vergeving zien. Mijn woede over de dood van Joshua begon weg te ebben.’
‘Dat moment heeft mijn begrip van verzoening volledig veranderd. Sindsdien heb ik veel Joodse en Arabische broeders en zusters in Christus ontmoet. Hoewel we niet allemaal dezelfde ervaringen delen of het in alles met elkaar eens zijn, heeft het Evangelie een solide fundament gelegd dat harten heeft veranderd en verzoening heeft gebracht waar die er voorheen niet was.
Ik heb met eigen ogen gezien dat de enige blijvende hoop op vrede niet voortkomt uit politiek of macht, maar uit de reddende genade van Yeshua. Alleen het Evangelie kan eeuwenoude muren van vijandigheid en animositeit afbreken en vijanden tot familie maken.’
Steeds sterker verlangen om het Evangelie te delen
Na verloop van tijd werd zijn passie om de vrede die hij had gevonden, te delen steeds sterker. ‘Ik wilde dat iedereen de liefde, het mededogen en de vergeving zou ervaren die ik in Yeshua (de Heere Jezus) had ontdekt. Ik begon vrijwilligerswerk te doen voor Jews for Jesus in Israël, sprak met mensen op straat, organiseerde Bijbelstudies en deelde het Evangelie.’
‘Elke ontmoeting herinnerde me eraan hoe God me had geleid en gesteund. In korte tijd besefte ik dat het helpen van anderen om Jezus te leren kennen, vooral onder mijn eigen Joodse gemeenschap, was wat ik met mijn leven moest doen. Ik volgde een opleiding en werd uiteindelijk voltijd-zendeling.
Mijn werk draait niet alleen om evangelisatie, maar ook om het wegnemen van barrières die mensen belemmeren het Evangelie te begrijpen, en om anderen toe te rusten om de hoop van de Messias met moed, mededogen en helderheid te delen.’
‘Toen ik ver van God afdwaalde, ontmoette Jezus me op de weg en verwelkomde me thuis. Dat is dezelfde uitnodiging die Hij aan elke Jood, aan elke Arabier en aan elk volk richt: “Kom thuis bij de Vader door de Messias”.’
Bron: Christianity Today
Auteur: Dirk van Genderen
Met vriendelijke toestemming overgenomen uit de nieuwsbrief van 26 september 2026
Beeld: © Henk-Jan Oudenampsen
Web: www.dirkvangenderen.nl

