‘Waarom heb ik God nodig?’ – Mels vond het antwoord

Ik ben Mels, ik ben 23 jaar en kom uit Apeldoorn. Ik groeide op in Dirksland, een dorpje op het eiland Goeree-Overflakkee onder Rotterdam, in een christelijk gezin met twee broertjes en een zusje. Als kind ging ik altijd mee naar de protestantse kerk, maar hier kwam een einde aan toen mijn ouders op zoek gingen naar een kerk die beter bij hen paste om de richtlijnen van de Bijbel zo goed mogelijk te kunnen volgen. Omdat ze daarin steeds werden teleurgesteld, wisselden we vaak van kerk.

Op mijn 17e verhuisden we naar Apeldoorn. Er brak een nieuwe periode aan in mijn leven omdat ik ging studeren. Ook in Apeldoorn ging ik mee naar de kerk, maar meer uit gehoorzaamheid naar mijn ouders. De constante wisselingen zorgden ervoor dat ik steeds minder ging begrijpen van het geloof. Elke kerk verkondigt toch ongeveer hetzelfde? Waarom moesten we dan steeds weer naar een andere?

Op mijn 18e hoefde ik niet meer mee en ik besloot ook de kerk achterwege te laten. Met de stap uit de kerk liet ik ook ‘het geloof’ helemaal los. Ik vond het mooi als mensen daar iets aan hadden, maar ik had besloten dat het niets voor mij was. Het gaat namelijk wel prima met mij.

Dit ging een lange tijd zo door. Ik ging door het leven als agnost, want ik wist wel dat er iets moest zijn, maar wat ik daarmee in mijn leven moest, wist ik niet. Toch bleven sommige vragen me wel bezighouden. Is het echt allemaal toeval dat we hier zijn? Als God zoveel van mij houdt, waarom laat Hij zich dan niet zien?

Toen ik het laatste jaar van mijn opleiding tot docent Engels inging, liep ik door allerlei omstandigheden een flinke achterstand op. Ik besloot me volledig te focussen op mijn studie. Ik stopte met drinken en zette alles op alles om het in te halen, waardoor de vragen op de achtergrond raakten. Uiteindelijk lukte het de achterstand in te halen. Ik was zo ontzettend trots op mezelf. Ik dacht: ik kan alles aan, als ik me maar focus.

Die trots bleek later een groot struikelblok. Ondanks dat ik bijna een van de grootste doelen van mijn leven tot nu toe had gehaald, werd ik toch weer somber. Alle vragen kwamen weer naar boven en als ik naar het nieuws keek en zag hoe het steeds slechter ging in de wereld, vroeg ik me af: hoe moet dat ooit goedkomen?

Ik ging vaker nadenken over God. Stel dat Hij echt bestaat? Moet ik dan mijn leven omgooien? Ik dacht dat ik een perfect leven had, dus waarom zou ik dat doen? Stel dat ik christen werd? Dan zou het leven ontzettend saai worden, dan mag ik van alles niet meer. Dat vond ik heel onaantrekkelijk. Maar toch bleven die vragen me bezighouden.

Mijn ouders stelden voor dat ik mee zou doen met de Op zoek naar God-cursus. Je kunt wel blijven lopen met die vragen, maar waarom onderzoek je het niet? Het klonk logisch, maar toch wachtte ik met aanmelden tot de allerlaatste avond. In zo’n cursus zou ik geconfronteerd worden met mijn vragen. Ik zou het onder ogen moeten zien en daar zag ik tegenop.

Ik begon de cursus alsof het een scriptieonderzoek was. Mijn hoofdvraag was: Waarom heb ik God nodig? Iedere les probeerde ik daar antwoord op te krijgen. Wat heeft God mij te bieden? Ik wist al best wel veel over het christelijk geloof. De gesprekken in de groepjes waren heel fijn, maar soms duizelde het me en zat mijn hoofd helemaal vol als ik thuiskwam.

Alles wat werd gezegd bleef ik betwijfelen en probeerde ik te verklaren. Ik vond het ook jammer als ik vragen stelde waar geen antwoord op kwam of antwoorden die mij niet bevielen. Wat mensen vertelden over hun eigen ervaringen, relativeerde ik. Als zij een levensverandering verklaarden door de hulp van God, dacht ik: mensen veranderen zonder God ook voortdurend.

Boeken die werden genoemd in de lessen ging ik lezen, maar ook daar vond ik geen antwoorden in. De Bijbel las ik niet omdat ik veel weerstand voelde. Zo hield ik dat vol tot les 10 van de cursus. Alles bleef in mijn hoofd en niets raakte mijn hart. Daar zorgde ik wel voor met mijn kritische houding. Waar ik dacht me open te stellen voor God, was ik in feite bezig met Hem steeds verder weg te duwen.

Op een van de laatste avonden van de cursus raadde een mede-cursist me aan me nog één keer open te stellen en te bidden of ik de Heilige Geest mocht ontvangen. Dus die avond bad ik: God, ik weet het echt niet meer, maar als U dan echt bestaat, wilt U mij dan de Heilige Geest geven zodat ik U kan begrijpen.

En toen gebeurde er eigenlijk niets. Het zal wel, dacht ik.

Een tijdje later zat ik weer zo te piekeren. Mijn vader merkte het op en stelde voor om even te gaan wandelen. Mijn vader legde uit dat je de Heilige Geest nodig hebt om het te gaan snappen. Dat ik er steeds naar keek vanuit het perspectief van een niet-gelovige. Hij liet mij een filmpje zien waarin iemand uitleg gaf over het verschil tussen je geest, ziel en lichaam. Daarin werd uitgelegd hoe God verbinding maakt met jouw geest en je zo een ander perspectief krijgt.

In de cursus was daar al eens uitleg over gegeven, maar dit was toen langs me heen gegaan. Maar nu keek ik er met hele andere ogen naar. Het was alsof alles daar op z’n plek viel. Ik begreep ineens hoe ik zelf in de weg had gestaan en mezelf boven God plaatste door te zeggen dat ik Hem niet nodig had. God voelde altijd heel ver weg voor mij en nu begreep ik waarom. Mijn eigen ego zat in de weg.

Ik begon met lezen in de Bijbel. In Johannes 6:63 kreeg ik antwoord op mijn vraag ‘Waarom heb ik God nodig?’: Het aardse bestaan leidt tot niets, het is de Geest die levend maakt. Wat Ik gezegd heb is vol van Geest en leven. En in Psalm 36:10, waar staat: Want bij U is de bron van het leven, in Uw licht zien wij het licht.

Ik leerde verder te kijken dan alleen dit leven, omdat het geestelijk leven het leven is waar het echt om draait. Daarom heb ik God nodig, omdat Hij de enige is die dit leven kan geven. Ik ben van Hem afhankelijk.

Dus zette ik die stap in geloof. Ik zette mezelf opzij. Mijn autonomie. Het was niet meer belangrijk wat ik wist of moest loslaten. Ik wilde mijn leven met God leven.

Voordat God mijn ogen opende, vond ik mezelf een goed mens. Betrouwbaar, niemand tot last. Maar ik sloeg daarmee de plank flink mis. Ik kreeg meer zicht op mijn hart en de gedachten die ik had. Ik dacht altijd: je kunt wel lelijke dingen denken, maar zolang je er niets mee doet, is dat goed. Maar nu zag ik in dat dit helemaal niet waar was.

Ik ben een slecht mens. Iets wat ik niet helemaal zelf kan oplossen. En juist daarvoor stierf Jezus aan het kruis. Voor mij.

Zo vaak ben ik van God weggerend, maar steeds bleef Hij geduldig met open armen op mij wachten. Ik wilde zelf het stuur vasthouden en mijn leven bepalen. Het was een hele worsteling om dat los te laten. En ik heb er nog steeds moeite mee.

Maar nu ik de keuze heb gemaakt Jezus te volgen, vind ik de rust en antwoorden waar ik altijd naar op zoek was. Nog steeds heb ik veel vragen en het gaat nog steeds slechter met de wereld, maar God maakt uiteindelijk alles nieuw. Daarom leef ik nu niet meer voor mezelf, maar voor Hem, want Hij heeft een plan voor mijn leven waar ik op vertrouw.

***

Dit interview is met vriendelijke toestemming van Upstream geplaatst. Meer getuigenissen en informatie over Upstream is te vinden via deze link: www.upstream.cafe/verhalen

Auteur: Team Upstream
Kerk De Basis: www.basis.cc
Upstraim: www.upstream.cafe
Beeld: Videostill Youtube
Cursus: www.basis.cc/opzoeknaarGod

Christelijk Nieuws
ChristelijkNieuws.nl maakt gebruik van cookies