De Tweede Kamer debatteerde op dinsdag 27 oktober over de Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Lees hieronder de bijdrage van Chris Stoffer.
Wie de Kamer binnenkomt, kan niet om Groen van Prinsterer heen. Hij staat ons op te wachten in de hal. Bovendien vergadert de Kamer elke week in de Groen van Prinstererzaal. Het is een eerbetoon aan deze antirevolutionaire, christelijk-historische politicus uit de negentiende eeuw. Dat hij 150 jaar geleden overleed, is juist bij de begroting onderwijs het vermelden waard. Groen van Prinsterer zette zich namelijk onvermoeibaar in voor het openbaar en het bijzonder onderwijs. Hij was ook de drijvende kracht achter het oprichten van nieuwe scholen, met name door de Vereniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs. Veel van die zogeheten CNS-scholen zijn er nog steeds. Of het nu is in Wouterswoude in het noorden, in Tholen in het zuiden of ergens ertussenin in Gouda of Ede, overal kun je deze scholen vinden. En hun identiteit is nog steeds van waarde. Artikel 23 is geen zwaktebod, maar een krachtpunt van ons land. Het kan dus niet de bedoeling zijn dat bijvoorbeeld de ‘Groenscholen’ door de operatie kleine scholentoeslag moeten sluiten enkel op basis van efficiëntie en lerarentekort.
Groen onderwijs
Van de Groenscholen kom ik op het groene onderwijs. Dan bedoel ik natuurlijk het onderwijs en onderzoek dat zich richt op natuur, landbouw en voedsel. Deze sector raakt voluit aan de vier domeinen van de talentstrategie van deze zomer en de internationale uitdagingen waar Nederland voor staat, zoals voedselzekerheid en innovatie. Krijgt het groene onderwijs uitdrukkelijk aandacht in de uitwerking van de vier domeinen van de talentstrategie en is het GroenPact daarbij het uitgangspunt?
Korting onderwijsachterstandenbeleid
Het herijken van de bekostiging voor onderwijsachterstanden per 1 januari roept terecht kritiek op. De problemen verdubbelen doordat scholen en gemeenten tegelijk geraakt worden. De Haagse basisscholen verliezen bijvoorbeeld miljoenen en scholen gaan er soms honderdduizenden euro’s op achteruit. De gemeente Staphorst verliest bijvoorbeeld in één klap 79 procent van de middelen. Dat zijn ook enkele tonnen. De SGP vindt het vreemd dat deze periodieke herijking door het CBS op dezelfde manier is verlopen als de jaarlijkse actualisatie. Een tijdig moment van politieke besluitvorming zou voor de hand liggen. Juridisch is het ook opmerkelijk dat de formule voor de berekening wel uitgebreid in de regelgeving is beschreven, maar dat juist de cruciale indicatoren van het CBS niet duidelijk worden vastgesteld, waardoor ze volautomatisch doorwerken per 1 januari. Vindt de staatssecretaris ook dat dit anders moet? En wat zijn trouwens de gevolgen voor het toezicht?
Lerarentekort
Elke zij-instromer telt in het onderwijs. Het is dus zaak om voor hen de rode loper uit te rollen. Helaas zien we daarentegen nog steeds dat het soms een onnodige hindernisbaan is. Ik noem het vereiste om minimaal een afgeronde hbo-opleiding te hebben om voor de subsidie van het traject zij-instroom in aanmerking te komen. Doet dat recht aan iemand met mbo niveau-4 die twintig jaar op hbo niveau werkzaam is geweest? Hoe is dit strikte vereiste te rijmen met de uitzondering dat zij-instromers in de beroepsgerichte profielen wel met een mbo-diploma mogen starten? De SGP zou graag zien dat dit maatwerk breder mogelijk is. Zou bovendien de inkomensgrens van de Tegemoetkoming leraren niet wat ruimer moeten zijn? Een plafond van 50.000 euro gaat voor veel gezinnen met kinderen niet helpen. Een ander probleem is de moeite die een leraar uit het voortgezet onderwijs moet doen om in de basisschool te kunnen werken, terwijl een Pabo-diploma bijvoorbeeld wel recht geeft om in het leerwegondersteunend onderwijs van het vmbo les te geven. Wil de staatssecretaris verkennen of bijvoorbeeld voor de bovenbouw een snellere, ruimhartiger regeling mogelijk is op basis van bewezen vaardigheden?
Beroepsonderwijs
De SGP vraagt aandacht voor twee knelpunten in het beroepsonderwijs. Allereerst het praktijkonderwijs. Deze leerlingen hebben vanuit hun opleiding een heel goede voorbereiding op de beroepspraktijk en de arbeidsmarkt heeft hen hard nodig. Helaas hoor ik uit de praktijk dat zij vaak geen baan krijgen in de zorg of het onderwijs omdat het praktijkonderwijs nog geen duidelijke positie heeft in de CAO. Dat is voor alle betrokkenen een gemiste kans. Wil de staatssecretaris met de sociale partners in gesprek gaan om dit probleem uit de weg te ruimen?
Het voorstel om een fatsoenlijke stagevergoeding te regelen, leidt in de praktijk tot nieuwe problemen. De SGP hoort dat scholen inmiddels minder stageplekken beschikbaar stellen vanwege de hogere kosten op basis van de CAO. Hiermee schieten we onszelf eigenlijk in de voet. Hoe reageert de minister op deze ontwikkeling? Kunnen de instellingen tegemoet gekomen worden voor de stijgende kosten?
Tandartsopleiding
In het hoger onderwijs zitten we met een kiespijndossier. Het is het grote en oplopende tekort aan tandartsen. Al jaren zijn ruim 100 plaatsen te weinig beschikbaar om Nederlandse tandartsen op te leiden. We weten al jaren dat in plaats van de 290 plekken vanaf volgend jaar eigenlijk 390 plekken nodig zijn. Buitenlandse tandartsen vullen steeds vaker de gaten op. Inmiddels gaat dat gemiddeld om een kwart van het aantal tandartsen, maar in Zeeland zelfs de helft. Voor de kwaliteit en de continuïteit is dat echter vaak geen goede oplossing. De SGP vindt het onbegrijpelijk dat de minister opnieuw besloten heeft het aantal opleidingsplaatsen niet te verhogen. We voeren veel discussies over macrodoelmatigheid en het aanpakken van pretstudies, maar als we dan buiten discussie een belangrijke opleiding hebben waarvoor de overheid een basale verantwoordelijkheid draagt, is juist daarvoor te weinig geld. Wil de minister zich inspannen voor een geleidelijke substantiële verhoging? Als eerste aanzet heb ik hiervoor een amendement ingediend. Ik hoor graag een reactie. Wil de minister bovendien in overleg gaan met de sector hoe de opleidingscapaciteit beter gespreid kan worden?
Onderwijsmuseum
Ik besluit mijn bijdrage met het Nationaal Onderwijsmuseum. Dat zou niet nodig moeten zijn, want de Kamer besloot vorig jaar al tot een structurele subsidie. De SGP vindt het bedenkelijk dat het departement van OCW met gezochte redeneringen tot driemaal toe weigert een duidelijke uitspraak van een democratische meerderheid uit te voeren. Eerst twee moties en vervolgens zelfs een wijziging van de begrotingswet. Daardoor is opnieuw een amendement nodig. Ik heb ook een vraag over de toekomst: kan het onderwijsveld na 2027 rekenen op een specifieke tegemoetkoming voor het instandhouden van het museum? Het ligt immers niet voor de hand om deze kosten volledig ten laste te brengen van de onderwijsbekostiging.
Auteur: Chris Stoffer
Meer: www.sgp.nl
Foto: © TOFF-fotografie

