MENU
SGP wil onderzoek naar euthanasiecommissies

SGP wil onderzoek naar euthanasiecommissies

20 jul

Het Openbaar Ministerie is kritisch op de commissies die de euthanasieregels moeten toetsen. Dat bleek vandaag uit berichtgeving door Trouw. Het Openbaar Ministerie heeft de regering gevraagd om onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de manier waarop de commissies toetsen of euthanasie zorgvuldig heeft plaatsgevonden.

Kees van der Staaij steunt deze oproep: ‘Het is buitengewoon zorgelijk dat euthanasieregels steeds verder worden opgerekt. Dit ondermijnt bescherming van het leven van kwetsbare mensen. Het heeft er alle schijn van dat de commissies proberen om het strafrecht buitenspel te zetten. Terecht dat het Openbaar Ministerie onafhankelijk onderzoek wil naar de toetsingscommissies. Het is ook de vraag of de commissies de euthanasiewet wel op de juiste wijze interpreteren.’

Lees hieronder de schriftelijke vragen die Kees van der Staaij hierover stelde aan minister De Jonge (VWS) en minister Grapperhaus (Justitie).

-Heeft u kennisgenomen van berichten in Trouw dat het Openbaar Ministerie (OM) harde kritiek heeft op de door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) opgestelde en vorig jaar door hen herziene ‘EuthanasieCode’?

-Bent u bereid om de brief die Procureur-generaal prof. dr. mr. M. Otte namens het OM aan u heeft verzonden openbaar te maken?

- Bent u door de RTE vorig jaar betrokken bij de wijziging van de EuthanasieCode? Zo ja, wat is destijds uw inbreng geweest? Klopt het dat het OM en/of de Inspectie Gezondheid en Jeugd vorig jaar niet gekend zijn bij de wijziging van de EuthanasieCode? Wat vindt u daarvan? Hebben de RTE wel (vertegenwoordigers van) de artsen betrokken bij de aanpassing van deze richtlijn?

- Vindt u het wenselijk dat de RTE op basis van de arresten van de Hoge Raad 21 april 2020 een wijziging van de EuthanasieCode kunnen doorvoeren die de facto een verruiming van de euthanasiepraktijk inhoudt, zonder dat er een politieke afweging is gemaakt of een dergelijke aanpassing wel gewenst is?

- Kunt u aangeven op basis van welke wet- of regelgeving de RTE bevoegd zijn om een EuthanasieCode vast stellen, dan wel om door middel van een wijziging van deze EuthanasieCode een verandering in de euthanasiepraktijk aan te brengen?

- Erkent u dat het óók een politieke keuze kan zijn om naar aanleiding van de arresten van de Hoge Raad de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) aan te scherpen?

- Deelt u de kritiek van het OM dat de RTE de arresten van de Hoge Raad op een onjuiste wijze interpreteren?

- Deelt u de kritiek van het OM dat door de handelwijze van de RTE het strafrecht buitenspel wordt gezet, mede gelet op de uitspraken van de voormalig voorzitter van de RTE? Bent u het ermee eens dat hiermee de toetsbaarheid van de euthanasiepraktijk zoals deze in de Wtl is vastgelegd, dreigt te worden aangetast?

- Wat is uw verklaring voor het feit dat het aantal euthanasiemeldingen in 2020 steeg tot een hoogterecord van 6.938, terwijl slechts twee zaken (een laagterecord) door de RTE werden beoordeeld als ‘onzorgvuldig’?

- Klopt het dat het OM u heeft gevraagd om een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar de oordelen van de RTE in zaken die zij als ‘zorgvuldig’ hebben bestempeld? Bent u bereid om dit onafhankelijk onderzoek te starten?

- Bent u bereid om te bezien hoe de transparantie over de als zorgvuldig beoordeelde euthanasiemeldingen op korte termijn structureel kan worden vergroot en op dit punt niet de vierde evaluatie van de Wtl af te wachten, die pas medio 2023 wordt verwacht?

- Herinnert u zich de antwoorden op Kamervragen van het lid Van der Staaij (SGP) waarin u het volgende schreef: ‘‘Alleen als onzorgvuldig beoordeelde meldingen worden door de RTE aan het Openbaar Ministerie (OM) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gestuurd’’? Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de volgende passage in uw brief van 5 juli 2021: ‘‘Aan het OM zijn momenteel geen beperkingen opgelegd om ter zake van euthanasie zijn vervolgingsmonopolie uit te oefenen; dat wil zeggen dat de beslissing om al dan niet tot vervolging over te gaan, bij het OM berust. De meldingsprocedure – en daarmee de oordelen van de RTE – brengt formeel geen beperking aan in de toepassing van het opportuniteitsbeginsel door het OM. De RTE vormt wel een tussenschakel ten behoeve van de definitieve oordeelsvorming door het OM. In de gevallen waarin de RTE heeft geoordeeld dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld, zal het OM in beginsel afzien van vervolging, tenzij het gegronde aanleiding ziet om – in afwijking van het oordeel van de RTE – tot vervolging over te gaan. In de gevallen van euthanasie en hulp bij zelfdoding, die via de meldingsprocedure ter kennis van het OM komen, wordt in de huidige praktijk geen vervolging ingesteld tegen de desbetreffende arts, indien deze volgens de zorgvuldigheidseisen van de Wtl heeft gehandeld. Niettemin volgt uit het uitgangspunt dat (eu)thanatisch handelen strafbaar is, dat een arts ook in deze gevallen niet op voorhand de garantie heeft dat hij daarvoor niet zal worden vervolgd.’’ Hoe kan het Openbaar Ministerie besluiten om al dan niet vervolging in te stellen bij meldingen die als zorgvuldig worden beoordeeld door de RTE, als de RTE niet verplicht is om het OM te informeren over door hen als zorgvuldig beoordeelde euthanasiemeldingen?

- Herinnert u zich de toezegging in het mondelinge vragenuur van 24 november 2020 om in gesprek te gaan met initiatiefnemers van het manifest ‘‘Niet stiekem bij dementie’’, waarin door ruim 450 artsen de zorg werd uitgesproken dat door de aanpassing van de EuthanasieCode de druk van familie op artsen om euthanasie toe te passen zou toenemen? Heeft u deze toezegging inmiddels gestand gedaan en zo ja, wat waren de uitkomsten van dit gesprek?

Datum: 20 juli 2021
Auteur: SGP
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen
Website: http://www.sgp.nl

Dit artikel delen:

Meer nieuws: