MENU
Luistert dan

Luistert dan

09 jan

Column - Na het ontbijt lezen we een stukje uit de Bijbel. We zijn nu aangekomen bij het gebed van Salomo bij de inwijding van de tempel (2 Kronieken 6). En juist vandaag gaat het stukje over ziekte in het land. Het kan haast niet actueler. Ik waag mij niet aan de beantwoording van de vraag of de pandemie een straf van God is. Ik weet dat over het antwoord op deze vraag onder gelovigen (heel) verschillend wordt gedacht. En niemand zit te wachten op mijn visie (en terecht).

Vandaag las ik in een blad: “Ik weet dat sommigen de uitbraak van het coronavirus als een straf van God beschouwen. Laten we voorzichtig zijn om de dramatische ontwikkelingen rondom deze pandemie te snel als vervulling van profetie of als hemelse kastijding te interpreteren. Duidelijk is inmiddels wel hoe wankelbaar onze medische, technologische, economische en maatschappelijke toren van Babel zijn geworden. Niet een catastrofale meteorietinslag, maar een geniepig muterend micro-organisme heeft ons hypermoderne ‘cruiseschip’ onbestuurbaar gemaakt.”

De bedoelde verzen uit 2 Kronieken 6 luiden als volgt:
“28. Als er honger in het land is, als er pest is, als er korenbrand, meeldauw, veldsprinkhanen en zwermsprinkhanen komen, als zijn vijanden hem benauwen in het land met zijn steden, als er welke plaag of welke ziekte dan ook komt,
29. elk gebed, elke smeekbede die er zal zijn van ieder mens en van heel Uw volk Israël, als een ieder zijn plaag en zijn pijn erkent en naar dit huis zijn handen uitstrekt,
30 luistert U dan vanuit de hemel, Uw vaste woonplaats, vergeef, en geef eenieder naar als zijn wegen, U, Die zijn hart kent. U alleen kent immers het hart van de mensenkinderen,
31 opdat zij U vrezen en in Uw wegen gaan al de dagen dat zij leven op de grond die U onze vaderen gegeven hebt.”


Zoals gezegd, de situatie waarin we leven komt volgens mij overeen met de beschrijving die Salomo geeft; er is ziekte in ons land. Zelfs wereldwijd. Misschien wel te vergelijken met de pest die genoemd wordt in vers 28.

En dan komen die aangrijpende woorden van deze wijze koning: “Luistert U dan”!

Salomo doet een beroep op God om te horen naar de nood van Zijn volk. Hoe velen zullen in de afgelopen dagen zich in het gebed tot God gewend hebben? Ik vermoed dat er miljoenen zijn geweest die zittend of staand, het aangezicht van God zullen hebben gezocht. Nood leert bidden. Het wordt in onze dagen bewaarheid.

Maar volgens deze wijze koning, die zelf ten aanschouwen van zijn volk geknield ligt en bidt moet dat ook een uitwerking bij de mensen hebben. Vers 31 begint met de woorden ‘opdat’. Opdat (oftewel ‘met het doel dat’) men God gaat vrezen (eerbied voor Hem hebben) en in Zijn wegen gaat.

In plaats van de vraag te beantwoorden of deze pandemie een oordeel van God is wil ik mijzelf de vraag stellen of deze pandemie mij brengt bij het doel dat koning Salomo heeft geformuleerd.

Willem van Leiden

Datum: 9 januari 2022
Auteur: Willem van Leiden
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen
Website: http://www.christelijknieuws.nl/willemvanleiden

Dit artikel delen:

Gerelateerde artikelen:

28 januari 2022 Mistig
23 januari 2022 Alsof de jaren tussen mijn vingers wegglippen
23 januari 2022 Levende stenen
16 januari 2022 Het spreken van God
9 januari 2022 Licht of donker