Sommige lezers zouden door het opschrift van dit stukje afgeschrikt kunnen worden. Zij zouden als volgt kunnen reageren: Het menselijk aspect van de Schrift wat is dat nou voor uitdrukking. De Bijbel is toch van a tot z Gods Woord? Dat is ook zo, maar toch zit er een menselijk aspect aan de Schrift. Daarmee kom ik echt niet in het voetspoor van hen die de Bijbel zien als een verzameling Goddelijke en menselijke uitspraken, waarbij we de laatste moeten uitziften om de eerste over te houden. Evenmin kom ik ermee in het voetspoor van hen die de boodschap van de Bijbel zien als het Goddelijke element, waarbij die boodschap dan verpakt zou zijn in puur menselijke bewoordingen en voorstellingen. Om de boodschap te verstaan zou je dan aan het “ontpakken” moeten slaan.
a De Bijbel is ontstaan over een tijdsperiode van zo’n 1500 jaar. De eerste schrijver, Mozes, leefde ongeveer 1400 v. Chr. De laatste schrijver Johannes leefde tot ca. 100 n Chr. De bijbel is dus ontstaan tijdens een periode van ca 1500 jaar. Het boek de Psalmen beslaat alleen al een periode van ca 1000 jaar. Ps. 90 is daarvan het oudst.
Dat de zesenzestig boeken van de Bijbel een harmonieus geheel vormen, blijkt o.a. als we nagaan wat de hoofdinhoud, het doel en de werking van de Bijbel is.
Een jongen had in de winkel een emmertje met honing gekocht en was nu op weg naar huis. Op de emmer zat geen deksel en ongemerkt was zijn vinger in de honing gekomen. Omdat zijn moeder hem geleerd had, zijn vieze vingers niet aan zijn kleren af te vegen, stak hij zijn vinger in de mond.
Moody, de bekende Amerikaanse evangelist, vertelde eens: ‘Als een vriend tegen mij zou zeggen, dat verleden week iemand gestorven is en dat hij aan een kennis vijf miljoen dollar heeft nagelaten, dan zou ik zijn woorden voor kennisgeving aannemen en er verder niet over nadenken. Maar als hij zou zeggen, dat die man al zijn geld aan mij, aan Moody, heeft nagelaten, dan zou ik opeens geïnteresseerd zijn en hem allerlei vragen stellen’.
Een kleine jongen zag eens een vlinder, die bezig was los te komen uit de cocon. Hij zag hoeveel moeite het de vlinder kostte, om door de smalle opening te kruipen. Hij wilde de vlinder helpen, hij nam zijn mes en sneed de cocon voorzichtig open. Maar tot zijn teleurstelling kwam de vlinder naar buiten met kleine, verkreukelde vleugeltjes. Het diertje kon niet vliegen en ging na een tijdje dood.
Een man van de plaatselijke bevolking kwam bij een zendeling. De zendeling vroeg hem: ‘Hebt u het evangelie al eens gehoord’? De man antwoordde: ‘Nee, maar ik heb het evangelie wel eens gezien’.
In de dagen van de Amerikaanse revolutie woonde in Pennsylvania een baptistendominee, Peter Miller genaamd. Hij was een vriend van generaal Washington, die later de eerste president van de Verenigde Staten zou worden.
Een kolonel van een beroemd regiment vroeg vrijwilligers voor een riskante onderneming. ‘Mannen’ zei hij, ‘laat iedereen van jullie die durft, één stap voorwaarts doen’. Om zijn mannen volkomen vrij te laten in hun beslissing, draaide hij zich om en floot een wijsje tussen zijn tanden.
Von Bulow was een uitstekend pianist. Hij moet eens gezegd hebben: ”Als ik één dag niet oefen kan ik dat merken in mijn spel; als ik twee dagen niet oefen zullen mijn vrienden dat opmerken; als ik drie dagen niet oefen zal het publiek dat merken”.
