Wanhoop en gelatenheid nemen toe in Iraakse vluchtelingenkampen

Volle tentenkampen, overbelaste hulpverleners, maar ook: voorzichtige feesten, christenen die hun huizen en kerken openstellen voor vluchtelingen en mensen die aarzelend terugkeren naar hun woonplaats. Ruim twee maanden na de eerste vluchtelingenstroom bezocht Open Doorsmedewerker Sara* de Koerdisch-Iraakse stad Erbil. “Naast de wanhoop van het eerste uur neemt de gelatenheid toe.”

Het is moeilijk een compleet beeld te krijgen van de situatie in Noord-Irak, weet Sara. Sinds strijders van de extremistische Islamitische Staat (IS, voorheen ISIS) met veel geweld optrokken naar Mosoel, is de relatief veilige Koerdische regio overspoeld met vluchtelingen. Sara bezocht enkele vluchtelingenkampen waar lokale kerken met steun van Open Doors hulp verlenen. “Mijn vorige bezoek aan Erbil dateerde van april, voor de onrust. Op het eerste gezicht lijkt er in Erbil weinig veranderd: het vliegveld is nog rustig, mijn hotel staat er nog. Maar als je beter kijkt, zie je de veranderingen. Restaurants zijn gesloten, her en der zijn tentenkampen ontstaan, en opeens zie je bedelaars, zijn de straten vies, wordt er gesjouwd met voedsel en hulppakketten.”

Wat viel je op bij de vluchtelingenkampen?

“Ik bezocht een aantal kampen in de christelijke wijk Ankawa. Daar zag ik dat veel vluchtelingen hun leventje zo goed mogelijk proberen op te pakken. Het is rustig. Overdag is het 45 graden, dus er zijn maar weinig mensen op straat. Ook Irakezen zijn er niet aan gewend om in dergelijke temperaturen te moeten leven, zonder de luxe van airconditioning of de beschutting van een koel huis. Ondertussen proberen mensen wat van hun leven te maken, terwijl anderen nog steeds in shock zijn. Hier en daar wordt voorzichtig feest gevierd: het leven gaat door. Tegelijkertijd vind je andere vluchtelingen huilend, in diepe rouw in hun tent. Zij begrijpen niet hoe anderen feest kunnen vieren, ook al zoeken zij vooral afleiding.”

Hoe reageren mensen als je ze vraagt hoe het met ze is?

“Mensen zijn zwaar getraumatiseerd: ze zijn alles kwijt, vaak zijn ze voor de tweede, derde, zelfs vierde keer gevlucht. Een man zei tegen me: ‘van mijn 58 jaar heb ik slechts acht jaar in vrede geleefd. Soms wilde ik dat mijn ouders me niet op de wereld hadden gezet.’ Voor veel christenen is de maat vol.”

Maar IS lijkt te worden teruggedrongen. Geeft dat geen hoop?

“Inderdaad: de opmars van IS lijkt te stagneren. Maar Irakese christenen weten hoe snel de balans weer in hun nadeel kan omslaan. Veel christenen zeggen: ‘Het is niet voor niets dat IS zo snel kon oprukken naar Mosoel.’ Dat kon volgens hen alleen door de stille sympathie die veel Irakezen hebben voor IS. Ook als IS wordt teruggedrongen, blijft de weerstand tegen christenen bestaan. Er zijn ook moslims die best kunnen leven met christenen in hun stad. Maar desondanks blijft de dreiging van plotselinge aanvallen of een opleving van IS bestaan. Christenen in Irak hebben de ervaring dat vervolging in golven komt, en dat de volgende golf van vervolging net weer iets sterker is dan de vorige. Dat maakt het heel moeilijk om hoop te koesteren voor de toekomst.”

Hoe denken gevluchte christenen dan over hun toekomst?

“Ze willen weg, bijna zonder uitzondering. Mensen die nog willen blijven zijn nauwelijks te vinden. Tegelijkertijd is het heel moeilijk om het land daadwerkelijk te verlaten: je zult eerst een paar jaar in bijvoorbeeld Turkije of Jordanië moeten doorbrengen voor je kunt doorreizen naar Europa of de VS. Bovendien kost emigratie handenvol geld. De meeste christenen weten wel dat ze dat eenvoudigweg nooit kunnen betalen. Dat besef maakt mensen passief: ze leven bij de dag, maken geen plannen, denken het liefst zo weinig mogelijk over de toekomst na. Een enkeling probeert terug te keren naar kleinere dorpjes. Enkele christenen die oorspronkelijk uit Bagdad komen, zijn daar zelfs weer naar terug gevlucht. Daar lopen ze ook het risico gedood te worden door een bomaanslag, of te worden bedreigd. Maar daar hebben ze tenminste nog een dak boven hun hoofd. Ze nemen het risico voor lief.”

Zijn de vluchtelingenkampen niet overvol?

“Ja, maar er zijn ook veel mensen die verder trekken. Voordat de grote vluchtelingenstroom op gang kwam, in juni, waren er ook al veel christelijke vluchtelingen in steden als Dohuk en Erbil. Deze mensen zijn al langer bezig met een emigratieprocedure, en trekken nu weg naar Turkije of Jordanië. Hun plek wordt ingenomen door de ‘nieuwe’ vluchtelingen. Velen van hen zitten in onafgebouwde flats en winkelcentra. Veel christenen in Erbil nemen kennissen of familie in huis. Maar er zijn er ook die al maanden bivakkeren in een kerkzaal, met alleen maar wat stoelen als afscheiding. Het gebrek aan privacy en rust maakt veel getraumatiseerde vluchtelingen extra kwetsbaar.”

Hoe reageren kerken daarop?

“We zien dat heel veel kerken alles in het werk stellen om hulp te verlenen. Ze bieden onderdak, maar ook bieden ze geestelijke hulp en verdelen voedsel, medicijnen en matrassen. Samen met vluchtelingen zetten ze distributiepunten op en proberen ze de noodhulp zo goed mogelijk te verdelen. Dat is een hele opgave, als je bedenkt dat het om tienduizenden vluchtelingen gaat in een heel grote stad. Ook zijn er ruimtes met airconditioning geregeld voor jonge kinderen, zwangere vrouwen en andere kwetsbare groepen, omdat het voor hen te gevaarlijk is in de warmte. Daarnaast worden er veel pastorale gesprekken gevoerd.”

Worstelen christenen met de vraag wat Gods plan is met hen, met de kerk?

“Dat zijn vragen die in een Arabische cultuur niet snel hardop gesteld worden, ook niet onder christenen. Maar je merkt wel dat veel christenen het stadium van dergelijke ‘luxevragen’ voorbij zijn. Veel christenen zeggen: ‘Ik zou het verschrikkelijk vinden als er geen christenen meer zouden leven in Irak. Er moeten christenen blijven.’. En daar zeggen ze dan direct achteraan: ‘Maar ik vertrek.’ De vraag waar God is in het lijden, waarom Hij dat toestaat? Die vraag is moeilijk te stellen in een door de islam getekende cultuur, waar het noodlot een belangrijke rol speelt. Aan de andere kant: een van de hulpverleners was pas op bezoek bij een orthodoxe christelijke familie. Na een lang gesprek hielden ze samen een Bijbelstudie over het Bijbelboek Job, waarin je leest hoe Job door het lijden heen juist steeds dichter bij God komt. Een van de familieleden, een oudere man, zei toen: ‘Dit is een van de mooiste dingen die ik ooit heb gehoord.’”

Hoe kun je christenen die zo getraumatiseerd zijn nog helpen?

“Vooral door er te zijn, door te laten merken dat we ze niet vergeten. Ik heb foto’s en video’s laten zien van mensen uit het westen die bidden voor Irak. Daar voelt men zich echt door gesterkt. Naast de noodhulp kijken we ook hoe we via onze partners een professioneel programma kunnen opzetten om mensen te helpen bij het verwerken van hun trauma’s.”

Is het wel mogelijk om aan die trauma’s te werken, terwijl de dreiging nog zo dichtbij is?

“Het is belangrijk om niet te lang te wachten met het behandelen van trauma’s. Bovendien is de situatie in Erbil ook relatief stabiel. De stad ademt geen oorlogssfeer en de verhoudingen tussen de islamitische Koerden en de christenen zijn relatief goed.”

Hoe zie je de komende maanden voor je?

“Veel zal afhangen van de ontwikkelingen rondom de stad Mosoel. Maar ook als IS Mosoel weer verlaat, zal men in de Koerdische regio te maken houden met grote groepen vluchtelingen die niet terug kunnen of durven naar hun huis. We bidden dat die blijvende aanwezigheid van gevluchte christenen niet zal leiden tot spanningen in de steden.

En op een heel praktisch niveau: de winter staat voor de deur. Gelukkig wordt er nu hard gewerkt aan het bouwen van onderkomens die min of meer bestand zijn tegen regen en kou, maar we bereiden ons voor op een grote behoefte aan winterhulp. De crisis in Noord-Irak gaat nog heel lang duren.”

* Sara heet in werkelijkheid anders. Om veiligheidsredenen wordt haar echte naam niet genoemd.

Open Doors
© Henk-Jan Oudenampsen
10-10-2014
Buitenland
https://www.opendoors.nl

Christelijk Nieuws
ChristelijkNieuws.nl maakt gebruik van cookies