‘De zegen van de Here maakt rijk.’ (Spreuken 10:22) ‘De Here zal Zijn volk zegenen met vrede.’ (Psalm 29:11). Het Hebreeuwse woord ‘barach’ (beth-resh-kaph = 2-200-20 *) betekent zowel ‘zegenen’ als ‘knielen’. Opvallend is de getalswaarde van dit woord: 222: de 2 op elk niveau van de Hebreeuwse letters (eenheden, tientallen en honderdtallen), een nadruk op de 2.
Bij knielen is ons lichaam verdeeld in 2 delen: één deel horizontaal (op aarde) en één deel verticaal (naar boven, naar de hemel gericht). 2 delen die niet los van elkaar staan, maar samen één zijn.
En dat is ook wat zegenen in de Bijbel is. Het gaat niet alleen om aards geluk, of aards bezit, waarmee je dan ‘gezegend’ zou zijn. Dat zou iets tijdelijks zijn wat ook weer voorbij gaat. Zegeningen hebben steeds te maken met de verbinding tussen hemel en aarde, tussen God en mensen en daarmee met eeuwige, zinvolle dingen, die ons rijk maken.
‘Kom…laten wij knielen voor de Here, die ons gemaakt heeft.’ (Psalm 95:6)
zegenen = knielen
de zegen ligt in onze relatie met Hém
Zegenen is niet eenzijdig, alleen de aardse kant, maar heeft met 2 kanten te maken. ‘Gezegend is de man die op de Here vertrouwt, wiens vertrouwen de Here is.’ (Jeremia 17:7)
Gods zegen =
het aardse krijgt eeuwigheidswaarde
‘Moge de Here u zegenen en beschermen, moge de Here het licht van Zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de Here u Zijn gelaat toewenden en u vrede geven.’ (Numeri 6:24-26)
* In het Hebreeuws is elke letter een getal
Auteur en tekening: Redactie

