De zon brandt op mijn gezicht terwijl ik samen met mijn collega’s bij de controlepost aan de Kakarbhitta grens in Nepal sta. Het is een van de grensovergangen in Nepal waar dagelijks kinderen en jonge vrouwen India in worden gesmokkeld. Hen wordt een goed en mooi leven aan de overzijde voorgesteld. Maar niets blijkt minder waar.
Bij deze controlepost wordt elke tuktuk nauwlettend in de gaten gehouden door twee vrouwen. Het zijn medewerksters van Maiti Nepal, een van de partnerorganisaties van Woord en Daad. Als er kinderen of jonge meiden in het voertuig zitten, wordt de chauffeur gevraagd om te stoppen. De vrouwen weten door eigen ervaring op welke signalen ze moeten letten. Ooit werden zij zelf gered van mensensmokkel. Nu redden ze, in samenwerking met de grenspolitie, bij deze post dagelijks drie of vier kinderen van een leven van uitbuiting en prostitutie.
Een meisje van zestien
De medewerkster vertelt ons het verhaal van een meisje van zestien jaar. Ze werd verliefd op een man uit India. Niet wetend dat hij niet was wie hij haar vertelde te zijn. Hij had een nep facebookaccount en deed zich voor als iemand uit een hoge kaste. Ze hadden een tijdje contact, zij werd verliefd en zou met hem gaan trouwen. Van zijn kant was er echter geen liefde in het spel. Eenmaal in India zou het ook niet van een bruiloft komen. Zijn enige intentie was om haar daar als seksslaaf te verkopen.
Gelukkig werd dit bewuste meisje er bij de grensovergang uitgepikt, maar er zijn nog vele anderen die op dezelfde manier naar het ‘beloofde land’ worden meegenomen.
Controlepost
Het verhaal raakt me. Terwijl ik luister, zie ik dat er weer een tuktuk langs de kant van de weg stil wordt gezet. Een meisje en jonge vrouw worden bevraagd en later meegenomen naar het kantoortje bij de controlepost. Het is een mooie meid. Haar donkere haar valt soepel langs haar slanke gezicht en ze kijkt met prachtige, bruine ogen de wereld in. Ik aanschouw het tafereel met groeiende spanning. tafereel. Zou ze ook…?
Slachtoffers
Ik richt me weer op het verhaal van de medewerkster. Ze vertelt over baby’s die de grens over worden gesmokkeld om verkocht te worden aan Indiase gezinnen die zelf geen kinderen kunnen krijgen. Ze vertelt hoe jongens slachtoffer worden van orgaanhandel. Ik hoor hoe jonge mensen worden ontdaan van hun mooie, jonge huid, zodat deze gebruikt kan worden voor huidtransplantaties bij beroemdheden. Ik vraag me met kippenvel op mijn armen af hoe je jezelf nog aan kunt kijken in de spiegel als je weet wat iemand is aangedaan voor jouw lege verlangen om mooi te zijn. Of zouden ze het zelf niet weten?
Destructieve verlangens
Ik merk dat ik het eigenlijk niet kan bevatten en verwerken. Blijkbaar zijn we tot veel in staat als het om onze destructieve verlangens gaat.
Ik zie het meisje met de mooie, donkerbruine ogen weer uit het kantoortje naar buiten komen. Ze lacht en loopt samen met de jonge vrouw weer terug naar de tuktuk. Ik laat opgelucht mijn adem ontsnappen nu ik zie dat het meisje niet ook een prooi lijkt te zijn. Maar tegelijkertijd zucht en bidt mijn hart voor al die andere kinderen en jonge vrouwen die het wel is overkomen.
De gebrokenheid
Hier, bij de controlepost onder de Nepalese zon, sta ik oog in oog met de gebrokenheid van deze wereld. Het schuurt met mijn eigen veiligheid en overvloed. Ik realiseer me weer des te meer hoe gezegend ik ben. Maar wat doe ik met die wetenschap? Alleen dankbaar zijn is niet genoeg. De zegeningen in mijn leven komen met een grote verantwoordelijkheid. Het roept om daadkracht, niet om stilte. Met de verhalen van deze dag in mijn hart, mag ik in Nederland weer met vernieuwde motivatie verder met het werk dat mij is toevertrouwd. Vanuit de hoop op Gods komend koninkrijk!
Auteur: Lisette Koolmees (hoofdredacteur Woord en Daad-magazines)
Foto: © Woord en Daad
Web: www.woordendaad.nl