Column – Verleden week stond er op deze site een column over het gegeven dat onze God Zijn beloften waarmaakt. Een paar dagen na het schrijven van die column las ik iets dat een sprekend bewijs hiervan levert.
Woorden van God aan Zijn volk
Na de maaltijd lazen we een gedeelte uit hoofdstuk 29 van het bijbelboek Jeremia. Het gaat daar over een brief die Jeremia aan de ballingen in Babel moet sturen, met daarin de woorden die de Heere hem te kennen heeft gegeven. In de verzen 10 en 11 staat te lezen: “Want zo zegt de Heere: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats. Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de Heere. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven.”
God lost Zijn belofte in
Koning Nebukadnezar van Babel had Gods volk naar Babel afgevoerd. Het was een straf van de Heere God, omdat het volk Hem als hun God had verlaten en de afgoden was gaan dienen. Maar al was de maat bij de Heere God vol en trof Hij het volk met deze straf, toch liet Hij het volk niet aan zijn lot over. Hij geeft hen een blik op een hoopvolle toekomst. Hij zegt dat er na verloop van zeventig jaar een einde aan de ballingschap komt. En God maakt Zijn belofte waar. Na zeventig jaar werkt Hij in het hart van koning Kores, die de Joden toestemming geeft terug te keren naar Jeruzalem. Meer hierover is te lezen in de bijbelboeken Ezra en Nehemia.
De Heere God maakt Zijn belofte waar. Waarom? Omdat Hij betrouwbaar is en omdat Hij ten opzicht van Zijn volk gedachten van vrede heeft en niet van kwaad. Hij wil het een toekomst van hoop geven.
Ik vind dit zo mooi dat ik dit voorbeeld met je wil delen..
Auteur: Willem van Leiden
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

