In de afgelegen bergen van Papoea-Nieuw-Guinea zijn sommige dorpen zo geïsoleerd dat ze alleen per vliegtuig bereikbaar zijn. Johnny Reeves, zendingspiloot bij JAARS, een christelijke luchtvaartorganisatie, is één van degenen die al jarenlang de verbindingen met deze dorpen onderhoudt. Het is een gebied waar meer dan 800 verschillende talen worden gesproken.
Tijdens één vlucht had hij een lading aan boord van zijn Kodiak-vliegtuig die belangrijker was dan alles wat hij ooit eerder had vervoerd. Het was het eerste complete Nieuwe Testament dat ooit in de taal van het Onobasulu-volk was vertaald, een project waaraan meer dan 30 jaar was gewerkt. Het initiatief voor dit project kwam van een Nederlander.
Kostbare lading aan boord
‘We hebben een zeer kostbare lading aan boord,’ vertelt Reeves op de dag van deze speciale vlucht, ‘de Bijbels die bestemd zijn voor de inwoners van Onobasulu.’
De Bijbels die in Walagu aankwamen, vormden de bekroning van drie decennia werk. Voordat er een Nieuw Testament gemaakt kon worden voor dit volk, moest er eerst een geschreven taal zijn. Toen de Nederlandse taalkundige dr. Anne Stoppels in 1997 in Walagu aankwam, was de Onobasulu-taal nog nooit opgeschreven. Stoppels dacht aanvankelijk dat deze opdracht vijftien jaar zou duren. In plaats daarvan werd het haar levenswerk en duurde het dertig jaar voordat het complete Nieuwe Testament kon worden gedrukt.
Een boek van Don Richardson
Haar interesse in Bijbelvertaling was al veel eerder begonnen. ‘Toen ik vijftien was, las ik een boek van Don Richardson en dat wekte echt mijn interesse,’ vertelt zij. ‘Toen dacht ik: “Als ik groot ben, wil ik Bijbelvertaler worden”.
Het is geen makkelijk werk. Soms gebruiken deze mensen uitdrukkingen die veel dieper gaan dan ik in mijn eigen taal, het Nederlands, heb,’ vertelt Stoppels. ‘Zoals het woord voor liefde, wat betekent dat je iemand in je adem meedraagt. Dus als je die persoon die je liefhebt inademt, draag je diegene in je adem.’
Als een vulkaan die uitbarst
Beverly Mosley, een Amerikaanse taalkundige bij Wycliffe Bijbelvertalers, was een van degenen die zich bij het vertaalproject aansloten. Voor Mosley leverde het jarenlange, nauwgezette werk een emotionele reactie op toen ze voor het eerst de gedrukte Nieuwe Testamenten zag.
‘Zoveel emoties. Het was alsof er een vulkaan in mijn hart uitbarstte, omdat je zo lang hebt gewerkt om Gods Woord in een taal over te brengen die mensen kunnen begrijpen,’ vertelt Mosley.
Er waren momenten, gaf ze toe, dat het werk bijna onmogelijk leek. ‘Er waren zoveel dagen dat ik dacht: “Het is zo moeilijk, ik ga het niet redden, ik ga naar huis en schoenen verkopen in het winkelcentrum,” herinnert ze zich.
De offers waren echt. Het werk betekende jarenlang weg zijn van familie, gemiste verjaardagen en feestdagen, en lange periodes van eenzaamheid. Maar Mosley ging door. ‘Wat me ervan weerhield om op te geven, is mijn liefde voor de mensen van Onobasulu, mijn liefde voor God en Zijn Woord. Ik wil dat het Licht schijnt in de duisternis en dat de mensen van Onobasulu het op een begrijpelijke manier ontvangen,’ aldus Mosley.
Gebed
Gaandeweg raakten ook andere vertalers betrokken bij het verhaal. De Zwitserse vertaler Johann Alberts sloot zich later bij het project aan en werkte er tien jaar aan mee. ‘Het is het einde van een lange reis voor mij,’ merkt Alberts op. ‘Mijn grootste gebed was dat deze dag zou komen, en dat deze Bijbel veel vrucht zal dragen.’
Liz Buesnel, een Amerikaanse expert op het gebied van Bijbelkennis, maakte ook deel uit van het team. ‘God wil dat we weten dat we Hem kunnen kennen en dicht bij Hem kunnen zijn. Mensen begrijpen dat het beste wanneer het in hun eigen taal en op een voor hen vertrouwde manier wordt gezegd,’ aldus Buesnel.
Dertig jaar later
Dertig jaar nadat Stoppels met dit project startte, arriveerden de dozen met de Onobasulu Nieuwe Testamenten in de jungle. Honderden mensen hadden zich verzameld aan de rand van het dorp, zwaaiend met palmtakken, lofliederen zingend en gekleed in felgekleurde traditionele kleding uit Papoea-Nieuw-Guinea.
Het feest trok meer dan 2000 mensen uit de omliggende regio’s. Sommigen liepen zes tot acht uur om erbij te zijn. Anderen reisden vier dagen lang door de jungle. Voor het eerst konden de Onobasulu het Nieuwe Testament in hun eigen taal vasthouden.
‘Ik bid dat dit Woord van God zijn werk zal doen,’ zegt Stoppels. ‘Het Woord van God zal niet vruchteloos terugkeren. Nu hebben ze het hele boek en het is een prachtig boek. Ik bid dat het vrucht zal dragen, ook voor de volgende generatie.’
Audiobijbels
Het team besefte tegelijk ook de praktische realiteit dat een gedrukte Bijbel maar een beperkt nut heeft voor iemand die hem nog niet of maar moeilijk kan lezen of die zonder elektriciteit woont. Daarom bracht het team een ander hulpmiddel mee: op zonne-energie werkende audiobijbels. ‘Ze hebben een klein zonnepaneeltje achterop om op te laden, dus het is echt een grote zegen om Gods Woord te horen terwijl je ’s avonds door het dorp loopt.’
Op de vraag of decennia werk voor deze Bijbelvertaling de moeite waard zijn, antwoordt Stoppels: ‘Je zou kunnen zeggen dat ik mijn leven heb gegeven voor tweeduizend mensen. Zoveel mensen spreken deze taal. Iedere christen heeft een taak, een roeping om de mensen om zich heen te dienen, en voor mij waren dat ‘toevallig’ de mensen van Onobasulu. Dus ik denk, ja, het is het waard.’
Op dezelfde vraag antwoordt zendingsvlieger Reeves: ‘God weet hoeveel levens van de Onobasulu zullen veranderen, dus absoluut is het de moeite waard. Ik zou het zo weer doen,’ benadrukte Reeves. ‘Ik kan niet anders dan net zo enthousiast zijn als zij, de vreugde die zij ervaren door zelf het Woord van God te kunnen lezen.’
Slechts 17 talen hebben een compleet OT en NT
Het vertaalwerk in Papoea-Nieuw-Guinea gaat door. Van de 800 talen die in het land worden gesproken, hebben maar 17 talen een compleet Oude en Nieuwe Testament. Er is nog enorm veel werk te doen, terwijl volgens Stoppels steeds minder mensen bereid zijn jaren te investeren om eerst zelf een taal te leren en in afgelegen gemeenschappen te werken en wonen. Mensen komen voor twee jaar, maar in twee jaar leer je geen taal.’
Mosley deelt nog een vergezicht: ‘Als ik me de toekomst in de hemel voorstel, spreken we allemaal onze eigen moedertaal, onze hartstaal. Het zal als een symfonie van lofprijzing zijn. Eén taal is niet genoeg. Tien talen zijn niet genoeg. Duizend talen zijn niet genoeg. Zelfs zevenduizend talen over de hele wereld zijn niet genoeg om God de glorie, eer en lof te geven die Hij verdient.
Bron: CBN
Auteur: Dirk van Genderen
Met vriendelijke toestemming overgenomen uit de nieuwsbrief van 5 september 2026
Beeld: © Henk-Jan Oudenampsen
Web: www.dirkvangenderen.nl

