Mogen we mensen kweken om op hen te experimenteren en hen dan te vernietigen? Die vraag ligt vandaag voor. Initiatiefnemers van D66 en de VVD stellen voor om het huidige verbod op ‘embryokweek’ af te schaffen. Het wetenschappelijke belang zou zwaarder wegen. Hieronder leest u de bijdrage van Marc de Vries.
Voorzitter, de hamvraag van vandaag is die naar de aard en status van een embryo. Het antwoord op die vraag bepaalt namelijk in hoge mate wat je met een embryo mag doen.
In de Bijbel vinden we een schrijver van een Psalm die terugblikt op zijn prilste begin, toen hij nog maar een embryo was. Hij zegt dan, sprekend tegen God: “U hebt mij in de schoot van mijn moeder geweven. Uw ogen hebben mijn ongevormd begin gezien”. Hij weet zich door God gewild en geweven, ook toen hij nog niet de vorm had die hij nu heeft. Deze visie op een embryo is bepalend voor de manier waarop onze fractie vandaag het initiatiefwetsvoorstel om het verbod op embryokweek ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek te schrappen tegemoet treedt.
Eigen uniek DNA
Dat er vanaf de samensmelting van een menselijke zaadcel en een menselijke eicel sprake is van menselijk leven met eigen uniek DNA is nauwelijks omstreden. Wat omstreden is, is de vraag of er sprake is van een mens met alle beschermwaardigheid die in allerlei bepalingen aan het mens-zijn verbonden wordt. Is het feit dat de vorm van een embryo in een vroeg stadium nog niet die van een baby is, een reden om te zeggen dat er geen sprake is van een mens? Dat kan nauwelijks het geval zijn. Er zijn heel wat mensen die geboren worden met een vorm die afwijkt van een ‘standaard’ mens met twee armen, benen, enzovoorts. Is er dan geen sprake van een mens? Natuurlijk wel. Is bewustzijn of pijnervaring dan bepalend? Dat zou betekenen dat mensen die in een diepe coma raken plotseling ophouden om mens te zijn. Ook dat is niet houdbaar.

Experimenteertafel
Is bepalend of het embryo zich in de moederschoot bevindt of op een experimenteertafel? Mensen verplaatsen zich voortdurend en blijven niettemin mens. Ook dat kan het dus niet zijn. De term ‘embryo’ is niet bedoeld om aan te geven dat er niet, of nog niet sprake is van een mens, maar om aan te geven in welk stadium van ontwikkeling zich een mens bevindt. De term is in die zin van dezelfde aard als termen zoals ‘baby’, ‘kleuter, ‘peuter’, ‘puber’, ‘volwassene’ en ‘bejaarde’.
De beschermwaardigheid van de mens
Vervolgens moet de vraag gesteld worden naar de beschermwaardigheid van de mens. Hierover spreken diverse breed aanvaarde overeenkomsten zich uit. Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens zegt in artikel 2 dat “Het recht van een ieder op leven wordt beschermd door de wet.” Er worden aan die ‘een ieder’ geen eisen gesteld van bewustzijn, uiterlijke vorm, of stadium van ontwikkeling. Ook de vraag of die ‘een ieder’ in staat is voor zijn of haar rechten op te komen is niet aan de orde. Het is goed verdedigbaar dat deze beschermwaardigheid juist in deze bepalingen is opgenomen voor de kwetsbaren die niet zelf voor die rechten kunnen opkomen.
Artikel 2 EVRM
Nu heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens geen uitspraak willen doen over de vraag of er bij een embryo sprake is van een ‘persoon’ die recht heeft op de bescherming van leven overeenkomst artikel 2 EVRM. Het Hof heeft het bewust overgelaten aan de lidstaten om te bepalen wanneer het recht op leven begint. Lidstaten kunnen daar in hun nationale wetgeving een eigen afweging in maken. Een beroep op artikel 2 EVRM is derhalve niet doorslaggevend, maar ook niet uitgesloten. De SGP huldigt daarom de positie, dat de regering en de initiatiefnemers er eveneens van uit zouden moeten gaan, dat het embryo onder de bescherming moet vallen van artikel 2 EVRM.
‘Nu nog net geen mens’
Van een toenemend recht op levensbescherming van vroege naar latere stadia van ontwikkeling kan wat de SGP betreft geen sprake zijn. Daar is ook geen grond voor. Er is immers sprake van een continue ontwikkeling van menselijk leven waarbij er geen natuurlijke momenten zijn aan te wijzen waarop knopjes omgaan van ‘nu nog net geen mens’ naar ‘nu wel een mens’ of van ‘nu nog niet zo erg beschermwaardig’ naar ‘nu wat meer beschermwaardig’. Ook de initiatiefnemers kunnen dit niet. Het concept van ‘toenemende beschermwaardigheid’ is in zijn uitwerking dus volstrekt arbitrair.
Een mens-in-ontwikkeling
Het zal inmiddels duidelijk zijn dat onze fractie de overtuiging is toegedaan dat wij in een embryo, ook wanneer zich dat op de experimenteertafel bevindt, te maken hebben met een mens-in-ontwikkeling, zoals wij dat allemaal zijn en dat die mens zonder gradaties beschermwaardig geacht moet worden. Nu worden er op dit moment embryo’s gebruikt voor onderzoek. Zij waren noodzakelijk om bij in-vitro-fertilisatie te zorgen voor één embryo dat zou mogen uitgroeien om als baby geboren te worden. Nu vinden ook bij eenmaal geboren mensen experimenten plaats ten behoeve van de medische wetenschap. Omdat het om mensen gaat zijn er wel allerlei restricties verbonden aan het type experiment dat gedaan mag worden. Ook bij een embryo hebben we het over een mens en dat betekent dat ook in dat geval niet alles aan experimenten is toegestaan. Zo is het aanpassen van het erfelijk DNA van een embryo, de zogeheten kiembaanmodificatie, verboden. In diverse Europese landen is ook het onderzoek met ‘restembryo’s’ verboden.
Discussie
Onze fractie erkent het potentiële belang van wetenschappelijk onderzoek aan embryo’s en constateert dat de wens achter het wetsvoorstel de beschikbaarheid van embryo’s in een zo vroeg mogelijk stadium is, met name de eerste dagen van het bestaan van een embryo. Overigens is er nog best discussie over de vraag hoe groot dat belang eigenlijk is. Die discussie moet wat ons betreft zeker een rol spelen in de afweging die gemaakt moet worden tussen de mogelijkheid dat vele mensen gebaat zullen zijn bij dit soort onderzoek tegen het morele prijskaartje dat er aan deze onderzoeken hangt. Op dit moment weerspiegelt de wetgeving nog dat embryo’s aanmaken met geen ander doel dan er mee te experimenteren en ze vervolgens te vernietigen moreel niet verantwoord is. Onze fractie ziet geen gegronde argumenten om van dit standpunt af te wijken.
Hans Achterhuis
De Twentse filosoof Hans Achterhuis heeft ervoor gewaarschuwd dat wij in ons streven naar volledige beheersing van de werkelijkheid in de weg van de geleidelijkheid bereid zijn steeds hogere morele prijskaartjes te accepteren voor het nastreven van een ideale wereld. Dat is precies wat er nu gebeurt. We hebben al de stap gemaakt om te experimenteren met embryo’s die gemaakt zijn met het doel om kinderen voort te brengen. Nu gaan we nog een stap verder en willen embryo’s maken die dat op zich lovenswaardige doel om echtparen aan kinderen te helpen niet dienen.
Een blanco check ondertekenen
Zo’n ontwikkeling zou zich ook kunnen aftekenen in het soort van experimenten dat aan embryo’s mag plaatsvinden. De initiatiefwet laat zich daar nauwelijks over uit. Het lijkt erop dat de beoordeling daarover geheel wordt overgelaten aan de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek. Eigenlijk wordt de wetgever op dit punt dus gevraagd om een blanco check te ondertekenen. Zeker omdat er bij aanvaarding van het initiatiefwetsvoorstel nieuw onderzoek mogelijk wordt waarover nog geen restricties zijn, vreest onze fractie dat ook hier morele grenzen zullen worden overgestoken ten behoeve van de wetenschap.
Auteur: Marc de Vries
Meer: www.sgp.nl
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

