Dirk van Genderen: Terwijl ik bezig was om deze Nieuwsbrief te vullen, stuitte ik tot twee keer toe op een verhaal over abortus. Wat kan een mens toch veel mee (moeten) maken in het leven, ging door mij heen. Deze vrouwen getuigden van Gods genade, Zijn vergeving en redding van hun leven.
Larissa uit Jeruzalem
Ik las over Larissa uit Jeruzalem. Uit een eerste relatie kreeg ze een zoon, maar die relatie was zo gewelddadig, dat die al snel strandde. Enkele jaren later kreeg ze een nieuwe relatie en werd ze weer zwanger. Ze zag geen uitweg en liet het nog ongeboren meisje aborteren. Ze was er kapot van, maar begroef de pijn erover diep vanbinnen.
Larissa: ‘Gebroken door een abortus, genezen en hersteld door de Heere Jezus.’
In een volgende relatie werd ze opnieuw zwanger. ‘Ik wilde absoluut geen abortus. Voor de vader van dit kindje was dit de reden om te vertrekken. Het is nu 12 jaar geleden. In die wanhopige situatie – ze had nauwelijks geld om van te leven – kwam ze in contact met de Israëlische prolife-organisatie Be’ad Chaim. Dat werd het begin van een grote verandering in haar leven. Ze werd niet afgewezen, maar liefdevol opgevangen en ondersteund.
Nadat haar dochtertje Anat was geboren, ontmoette ze iemand die haar over de Messias vertelde. Toen ze hoorde over Zijn ontmoeting met de Samaritaanse vrouw, gingen haar ogen open voor Hem, Jeshua, de Heere Jezus. Ze herkende zich volledig in deze Samaritaanse vrouw. Er ontvlamde hoop in haar hart. Ze kreeg een nieuwe kans.
Maar ondertussen voelde ze zich zo schuldig, zo zondig. ‘Ik had mijn kindje gedood en kon mezelf niet vergeven. Toen besefte ik dat Jeshua ook voor mij was gekomen, om de straf voor al mijn zonden, mijn pijn op Zich te nemen. Hij stierf ook voor mij, maar leeft en heeft ook mijn zonden vergeven. Hij heeft mij gemaakt tot een nieuwe Larissa, vol van leven, vol van Hem.’
Het verhaal van Klaske
Ook het tweede verhaal dat ik las over – een bijna – abortus wil ik met u delen. Om te laten zien hoe belangrijk het is dat er in crisissituaties mensen zijn die een luisterend oor hebben voor aanstaande moeders in noodsituaties. En, zo blijkt, zo’n luisterend en meelevend oor is er soms zelfs in de abortuskliniek. Het verhaal van Klaske.
‘Iedereen wil dat mijn kind sterft, maar ik moet het beschermen’
‘Na een minuut draaide ik de zwangerschapstest om en zag ik twee streepjes. Mijn handen begonnen te trillen. Ik stopte de test in mijn zak en ging hardlopen. Onderweg gooide ik de test in de prullenbak in het park. Ik voelde niets. Pas na drie kilometer kwam het binnen. Ik stond stil met mijn handen op mijn knieën en begon te huilen. Dit kon toch niet waar zijn?
Diezelfde ochtend belde ik een abortuskliniek. Anderhalve week later kon ik al terecht. Ik dacht: dit is opgelost. Maar vanbinnen stormde het. Ik was in paniek. Mijn ouders wisten niet eens dat ik een relatie had. Hoe kon ik vertellen dat ik zwanger was?
Mijn partner en ik kwamen uit totaal verschillende werelden. Het idee dat een kind ons zou dwingen samen een toekomst op te bouwen, maakte me doodsbang. Ik zou mijn kind geen stabiel gezin kunnen geven.’
‘Ik besloot te zwijgen’
Klaske besloot te zwijgen over haar zwangerschap en de afspraak voor de abortus. ‘Ik wilde er niemand bij betrekken, want ik zag abortus als een doodzonde. Op de dag van de afspraak was ik ziek van spanning. Ik wist dat mijn leven hierna nooit meer hetzelfde zou zijn.
De kliniek was niet zoals ik had verwacht. Het was er warm en kleurrijk en ik werd er vriendelijk ontvangen. Tijdens de echo zag ik een stipje. Zo klein, maar het was er. Ik begon direct te huilen. De verpleegkundige was vriendelijk en vroeg of ik het wel zeker wist. Ik vertelde dat ik christelijk ben en dit eigenlijk niet wilde, maar geen uitweg zag. Ze adviseerde me een keuzehulpgesprek te doen. Ik was opgelucht, maar wist ook: dit is uitstel.
Dat gesprek voelde afstandelijk. Eén vraag bleef hangen: kun je hiermee leven, gezien je christen-zijn? Mijn antwoord was: Nee. Maar ik dacht ook gelijk: Wat dan wel?
Ook al ging het tegen alles in mij in, abortus leek de meest logische optie. Op advies deelde ik ook mijn partner van mijn zwangerschap. Hij schrok enorm. We concludeerden beiden dat dit niet kon en ik belde de kliniek voor een afspraak voor de abortus. De volgende dag kon ik terecht, maar ik besloot het nog even uit te stellen. Een week later stapte ik samen met mijn vriend de kliniek binnen.
Er werd een echo gemaakt, ik keek naar het scherm en schrok van hoe het kindje was gegroeid. Ik werd misselijk en begon te huilen. De verpleegkundige vroeg opnieuw of ik het zeker wist. Ik antwoordde dat er geen andere oplossing was en mijn vriend beaamde dit. We kregen samen nog even de tijd om te overleggen.’
Het breekpunt
De verpleegkundige kwam terug en vroeg of we de keuze hadden gemaakt. Ik knikte. Ze gaf me een glas water en de pil die de baarmoedermond week maakt. Er waren twee mensen met me in de kamer, maar ik voelde me helemaal alleen. Dat was het breekpunt.
Ik bracht de pil naar mijn mond en voelde ineens heel duidelijk: iedereen wil dat mijn kind sterft, maar ik moet het beschermen.
“Ik kan het niet”, zei ik, terwijl ik in tranen uitbarstte. Mijn partner stond op en stormde de kamer uit. De verpleegkundige kwam naast me zitten, maar ik wilde hier weg. Ik stond op en ze kwam achter me aan. “Als je het alleen moet doen, kun je het alleen. Wij vrouwen zijn veel sterker dan we zelf denken”. Die woorden zal ik nooit vergeten.
Op aandringen van mijn partner heb ik toch weer een afspraak gemaakt, maar ik ben nooit meer gegaan. Mijn moeder vond het potje foliumzuur, waardoor ik het ook aan mijn ouders moest vertellen. Hun eerste reactie was boosheid, maar daarna steunden ze me in alles. Daar ben ik zo dankbaar voor. ‘
‘Mijn dochter is het mooiste wat mij is overkomen’
Na de eerste afspraak in de kliniek had Klaske al met ‘Er is hulp’ gebeld. ‘Ik kreeg een vriendelijke vrouw aan de telefoon. Huilend vertelde ik mijn verhaal. Ik weet niet meer wat ze zei, maar ik herinner me de warmte in haar stem. Kalmerend, zacht en niet veroordelend.
Aan het begin van de zomer werd mijn prachtige dochter geboren. Hoewel de eerste periode zwaar was, is mijn dochter het mooiste wat mij is overkomen. De naam van mijn dochter betekent ‘Honing’. Die naam doet ze eer aan: ze is zoet, verzachtend en helend. Ze is het zoete in bittere omstandigheden.’
Klaske studeerde zelfs eerder af dan verwacht en werkt nu drie dagen per week. Ze woont nog bij haar ouders en met de vader van haar dochter is er een goed contact. We doen het op onze manier.
Deze gebeurtenis heeft me sterker gemaakt. Ik ben dankbaar voor mijn fantastische omgeving: ouders, vriendinnen en studiebegeleiders.
Dankzij mijn dochter heb ik dingen gedaan die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Sinds de dag dat ik haar in mijn armen mocht sluiten, weet ik: zij heeft ook mij het leven gegeven, ik ben een beter mens geworden: geduldiger, empatischer, vriendelijker en nuchterder.
Ik wil graag aan toekomstige ouders meegeven: Gun je kind het leven. En aan iedereen die dit leest: bescherm onze kinderen, want ze zijn gewild en geliefd door God.’
Bron: o.a. Leef magazine
Vertaling en auteur: Dirk van Genderen
Met vriendelijke toestemming geplaatst
Beeld: © Henk-Jan Oudenampsen
Web: www.dirkvangenderen.nl

