Column – Wie van ons zou zijn of haar hand durven opsteken als het gaat om de vraag of je van een onbesproken gedrag bent. Ik in ieder geval niet.
Niet meer geloofwaardig
Toch hoor je zo af en toe dat een politicus of een andere hooggeplaatste het veld moet ruimen omdat er iets valt aan te merken op zijn of haar gedrag. Al gauw valt dan het verwijt dat hij of zij niet meer van een onbesproken gedrag is en dus niet meer geloofwaardig is. Nog niet zo lang geleden moest de hoofdaanklager bij het Internationaal Gerechtshof zijn functie neerleggen op grond van dit criterium. Er zou bij hem sprake zijn geweest van een grensoverschrijdend gedrag.
Ik heb er altijd wat moeite mee gehad dat mensen, die soms een behoorlijke staat van dienst hebben en veel voor de maatschappij hebben betekend en gedaan, moeten vertrekken omdat zij op enig moment de plank hebben misgeslagen. Begrijp me niet verkeerd. Ernstige zaken moeten beslist behandeld worden en waar nodig moet het strafrecht worden toegepast. Maar hoe zouden de mensen zich voelen die een oordeel moeten uitspreken over een verwijt dat aan het adres van een collega wordt gemaakt? Hebben zij zich wellicht ook wel eens schuldig gemaakt aan hetzelfde gedrag, maar is dit niet bekend geworden en zijn ze daardoor de dans ontsprongen? En als dat zo is, dan moet je je toch wat hypocriet voelen om het schuldig uit te spreken over een ander, zonder daarbij te blozen van schaamte.
Onschuldig
Nu vraag je je misschien af waarom dit verhaal over een onbesproken gedrag. Als je wat bijbelkennis hebt zal ik je wat op weg helpen. Zo’n 2000 jaar geleden vond er een proces plaats in Jeruzalem. De verdachte werd voorgeleid aan de stadhouder. Van hem werd verwacht dat hij het recht zou toepassen. De stadhouder hoort de aanklacht aan en doet onderzoek. Hij past het recht toe en zijn conclusie is duidelijk. Deze mens is onschuldig (Johannes 18:38; 19:4). Hij is van een onbesproken gedrag. De stadhouder kan ook niet tot een andere conclusie komen omdat de Mens die voor hem staat Jezus Christus is, de Zoon van God. Hij was weliswaar de mensen gelijk geworden, maar dat zonder te zondigen (Hebreeën 4:15 NBG).
Geloof waardig
Deze Mens van een onbesproken gedrag wordt toch veroordeeld. Hij wordt gegeseld, een doornenkroon wordt op Zijn hoofd gezet en Hij wordt aan een kruis gespijkerd. Daar sterft Hij ook. Sterft daar ook voor jou en mij. Hij is ons geloof waardig.
Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten,
in deze zee verzinken mijn gedachten:
o liefde die, om zondaars te bevrijden,
zo zwaar moest lijden.
Auteur: Willem van Leiden
PS – De foto boven deze column is van een afbeelding uit een kruiswegstatie. Het moment waarop Pilatus zijn handen wast voor de ogen van de menigte en zei: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardige (Mattheüs 27:24)

