Terwijl in Amerika aanstaande vrijdag 11 september de aanslagen van 9/11 van precies 25 jaar geleden worden herdacht, begint in Israël bij zonsondergang Rosj Hasjana, het Joodse nieuwjaar. Daarmee breekt volgens de gangbare Joodse jaartelling het jaar 5787 aan. Ook begint dan de periode van de laatste drie van de zeven Bijbelse feesten: Rosj Hasjana, Jom Kippoer en Soekot. Drie feesten waarbij het draait om inkeer, verzoening en vreugde.
De roep van de sjofar
De Bijbelse aanduiding van Rosj Hasjana (hoofd van het jaar) is Jom Teroea: een dag van bazuingeschal (Leviticus 23:24; Numeri 29:1). Hoewel deze dag volgens de Bijbelse maandtelling in de zevende maand valt, begint in de Joodse traditie op die dag het nieuwe jaar. Vanwege het bazuingeschal staat de sjofar centraal en wordt het ook wel het bazuinenfeest genoemd. De ramshoorn herinnert in de Joodse traditie onder meer aan Genesis 22. Toen Abraham zijn zoon Izak moest offeren, voorzag God in een ram als plaatsvervangend offer. Als christenen zien we daarin een verwijzing naar Jezus Christus, het Lam van God. Op Golgotha voorzag God Zelf in het volkomen offer voor de zonde.
Dagen van zelfonderzoek
Met Rosj Hasjana beginnen de zogenaamde Ontzagwekkende Dagen. Dit zijn dagen van gebed, zelfonderzoek, schuldbelijdenis en herstel van beschadigde relaties. Daarbij gaat het allereerst om onze relatie met God. Hoe leven we voor Zijn aangezicht? Waar zijn we ongehoorzaam geworden, hebben we Zijn stem genegeerd of is onze eerste liefde voor Hem bekoeld? Daarbij past Davids gebed: ‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart’ (Psalm 139:23). We vragen Hem ons te laten zien wat er in ons hart leeft, verootmoedigen ons voor Hem en vragen om vergeving. Daarbij mogen we vertrouwen op Gods belofte dat Hij ons vergeeft en reinigt wanneer wij onze zonden belijden (1 Johannes 1:9).
Wil je mij vergeven?
Dat zelfonderzoek raakt ook onze omgang met anderen. Zeker binnen een huwelijk, gezin, gemeente of samenwerking kunnen we de tekorten van de ander haarfijn aanwijzen. Maar wie God vraagt zijn hart te doorgronden, moet ook bereid zijn om zijn eigen aandeel onder ogen te zien. In deze periode vragen veel Joodse mensen vergeving aan degenen die zij hebben gekwetst. Ook voor ons hoort dat erbij: wanneer we onze zonden aan God belijden, kunnen we niet voorbijgaan aan de mensen die we daarmee hebben beschadigd. Onze schuldbelijdenis aan God maakt een gesprek met de ander niet overbodig. Dan moeten we misschien iemand bellen, schrijven of iemand opzoeken en om vergeving vragen.
Ik wil jou vergeven
De van God ontvangen vergeving vormt daarbij de basis om nu ook zelf anderen te vergeven. Paulus schrijft: ‘Zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen’ (Kolossenzen 3:13). Wie beseft hoeveel God hemzelf vergeven heeft, is toch bereid om ook de ander te vergeven voor wat hij of zij heeft gedaan. Zelfs zeventig zevenmaal (Mattheüs 18:21-22)!
Jom Kippoer: verzoening door het offer
De dagen van inkeer monden uit in Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. Alleen op deze jaarlijkse verzoendag ging de hogepriester het heilige der heiligen binnen, waar hij offerbloed sprenkelde (Leviticus 16). De gebrachte offers konden de zonde niet definitief wegnemen, maar wezen vooruit naar Christus. Hebreeën 9 en 10 laten zien dat Hij als de volmaakte Hogepriester met Zijn eigen bloed eens en voor altijd verzoening heeft aangebracht. Daarom rust onze zekerheid niet op de diepte van ons berouw, maar op de volkomenheid van Zijn offer.
Soekot: het Loofhuttenfeest
Kort na Jom Kippoer begint Soekot, het Loofhuttenfeest. Overal in Israël verschijnen eenvoudige hutten die herinneren aan de veertigjarige woestijnreis van het volk. Een loofhut is bewust kwetsbaar. Ze herinnert eraan dat onze zekerheid uiteindelijk niet ligt in bezit, planning of menselijke mogelijkheden, maar in Gods trouw. In de woestijn gaf Hij Israël manna, water en bescherming. Daarom is Soekot vooral een feest van vreugde, waarbij Gods trouw en dagelijkse zorg worden gevierd.
De feesten als profetische kalender
De bijbelse feesten herinneren niet alleen aan het verleden, maar laten ook iets zien van Gods heilsplan. De volgorde en betekenis van de feesten vormen een indrukwekkend profetisch patroon. De voorjaarsfeesten wijzen op Christus’ eerste komst en de uitstorting van de Heilige Geest. Pesach wijst naar Zijn lijden en sterven (1 Korinthe 5:7). Het Feest van de Ongezuurde Broden herinnert aan het wegdoen van zonde en verderf (1 Korinthe 5:6-8). Het Feest van de Eerstelingen spreekt van Zijn opstanding: Christus is ‘de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn’ (1 Korinthe 15:20). Vijftig dagen later werd het Wekenfeest, Sjavoeot, vervuld in de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag en ontstond de gemeente (Handelingen 2).
Wat nog komen gaat
De najaarsfeesten bieden ons een vooruitwijzing naar gebeurtenissen die nog zullen plaatsvinden. Het Bazuinenfeest herinnert aan het verzamelen van Gods volk. Als gemeente denken we daarbij aan de bazuin die zal klinken wanneer de Heere neerdaalt en de gelovigen worden opgenomen om Hem in de lucht te ontmoeten (1 Thessalonicenzen 4:16-17; 1 Korinthe 15:51-52). Dat betekent overigens niet dat de opname tijdens het Bazuinenfeest moet plaatsvinden. Omdat deze feesten in de eerste plaats aan Israël zijn gegeven, wijst het bazuingeschal allereerst op het toekomstige ontwaken en bijeenbrengen van het Joodse volk. God is nog niet klaar met Israël. Na de tijd van de gemeente zal Hij Zijn heilsplan met Zijn verbondsvolk verder tot vervulling brengen.
Geestelijk ontwaken
De periode van inkeer doet denken aan een toekomstige tijd van geestelijk ontwaken voor Israël. Deze periode wordt niet als afzonderlijk feest in Leviticus 23 voorgeschreven. We mogen haar daarom niet zonder meer één op één gelijkstellen aan de zeven jaar van de grote verdrukking. Toch is de geestelijke lijn herkenbaar. Na de bazuin volgt een tijd van ernstige beproeving waarin Israël tot inkeer wordt gebracht. Jeremia noemt die toekomstige crisis ‘een tijd van benauwdheid voor Jakob’, waaruit hij uiteindelijk verlost zal worden (Jeremia 30:7). Zacharia beschrijft hoe het volk gelouterd zal worden en de Naam van de HEERE zal aanroepen (Zacharia 13:8-9).
Uitbundige vreugde
Na Jom Kippoer volgt Soekot, het feest van de grote inzameling en uitbundige vreugde. Profetisch wijst dit vooruit naar het Messiaanse vrederijk, wanneer de Koning vanuit Jeruzalem regeert en Israël veilig in het land woont. Dat verband wordt bijzonder duidelijk in Zacharia 14. Nadat de HEERE is gekomen en als Koning over heel de aarde regeert, zullen de overgeblevenen uit de volken jaarlijks naar Jeruzalem optrekken om de Koning te aanbidden en het Loofhuttenfeest te vieren (Zacharia 14:9 en 16-19). Na het Loofhuttenfeest volgt bovendien een bijzondere achtste dag (Leviticus 23:36). Die kan worden gezien als een heenwijzing naar het uiteindelijke nieuwe begin: de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar God voor altijd bij de mensen zal wonen (Openbaring 21:3).
Een boodschap voor ons leven
Ik geloof niet dat wij als nieuwtestamentische gemeente geroepen zijn om de Joodse feesten te vieren, maar de boodschap van deze feesten heeft ons als discipelen van Jezus wel degelijk veel te zeggen. De sjofar roept ons wakker. De dagen van inkeer nodigen uit tot zelfonderzoek. Jom Kippoer verkondigt dat verzoening alleen mogelijk is door het offer. En Soekot laat zien hoe wij in alles mogen vertrouwen op Gods vaderlijke zorg. En wat is dan het feest dat in de volgorde van de zeven Joodse feesten voor de deur staat? Het is Rosj Hasjana, oftewel Jom Teroea, de dag van bazuingeschal (Leviticus 23:24). Het feest dat verwijst naar de opname en waar we als gelovigen intens naar uitzien en natuurlijk klaar voor zijn. Toch? Het kan haast niet lang meer duren…
Auteur: Wim Grandia
Met vriendelijke toestemming overgenomen van de nieuwsbrief van 9 september 2026
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen
Videokanaal: video.wimgrandia.nl
Informatie: www.wimgrandia.nl
Openbaring: www.zieikkomspoedig.nl
Daniel: www.detijdvanheteinde.nl
Thessalonicenzen: www.debazuinzalklinken.nl
Online bijbelstudies: YouTube




