De Tweede Kamer debatteerde over de bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat 10.000 aangiften niet door de politie worden onderzocht. Lees hieronder de bijdrage van Diederik van Dijk.
De zwaardmacht van de overheid
‘Recht voor iedereen.’ Dat is het motto van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Wordt deze hoge pretentie waargemaakt? De kern van de rechtsstaat vinden we terug in het Bijbelboek Romeinen waar de overheid wordt beschreven als dienares van God. Geroepen om te straffen wie kwaad doen. De overheid heeft de opdracht gekregen om het kwaad te beteugelen en het recht te beschermen.
In de praktijk gebeurt het tegenovergestelde, zo alarmeert het rapport van de Rekenkamer. Zij waarschuwt dat de Politie ernstig tekortschiet in haar kerntaak zoals volgt uit de Politiewet: Het handhaven van de rechtsorde.
In 2024 bleven ruim 10.000 aangiften van érnstige misdrijven liggen. Zelfs zaken die als prioritair zijn aangemerkt, zoals zedenzaken, werden niet opgepakt.
Onverdraaglijk voor slachtoffers en samenleving.
De SGP legde al eerder de vinger bij de kerntaken van de Politie waarbij het handhaven van de rechtsorde steeds vaker het onderspit delft tegen vergaand diversiteitsbeleid en uitgebreide aanwezigheid op zogenoemde inclusieve evenementen, terwijl de norm om zaken op te lossen steeds vaker niet wordt gehaald, dossiers blijven liggen en de aangiftebereidheid nog verder daalt.
De SGP maakt zich zorgen over de vraag of de overheid haar kerntaak wel kan waarmaken. Dit zou topprioriteit voor de minister moeten zijn. Maar het tegendeel blijkt waar; alarmerende signalen van de Rekenkamer belanden onderin de la en vragen vanuit de Kamer worden weggewuifd.
Ministeriele verantwoordelijkheid
De Kamer moet erop kunnen vertrouwen dat zij betrouwbare informatie van de minister ontvangt om haar controlerende taak te kunnen uitoefenen. De Algemene Rekenkamer benadrukt dat de Kamer meermaals op het verkeerde been is gezet.
Dit neemt de SGP niet licht op. Te meer omdat hier cruciale rechten van slachtoffers in het geding zijn en verdachten vrijuit gaan. Daarbij merk ik op dat er onbehaaglijk veel licht zit tussen de lezing van de minister en de Rekenkamer.
De overheid heeft het monopolie op de rechtshandhaving, en juist omdat eigenrichting niet geoorloofd is, mag de burger verwachten dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt om het recht daadwerkelijk te handhaven. Daartoe worden ook fors middelen beschikbaar gesteld.
Tegelijkertijd ontbreekt het zicht op de inzet en de resultaten, wat de Kamer belet in haar controlerende taak. Slechts een deel van de aangiften kon niet worden opgepakt vanwege capaciteitsgebrek. Eenvoudigweg meer geld is dus niet de oplossing.
Auteur: SGP / Diederik van Dijk
Meer: www.sgp.nl
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

