Damian: van designerdrugs naar de Bijbel van opa

Het verhaal van Damian: Mijn naam is Damian. Samen met mijn tweelingbroer, mijn zus en mijn ouders kom ik uit Eibergen. Wij waren als gezin niet gelovig. Alleen mijn opa geloofde in God en ging naar de katholieke kerk. Op de basisschool hadden de juffen het al moeilijk met mij. Ik kon me niet goed concentreren, terwijl ik wel heel leergierig was. Op de middelbare school ging het helemaal mis. Ik voelde me niet begrepen en sloot mij aan bij jongeren die datzelfde gevoel hadden. Op mijn dertiende begon ik met het gebruiken van drugs. Eerst wiet, maar daarna designerdrugs.

Ik raakte steeds dieper verstrikt in de drugs en kwam soms wekenlang niet meer thuis. Soms sliep ik dagen achter elkaar niet. Ik overnachtte buiten op straat of bij andere mensen. Om aan geld te komen misleidde ik veel mensen. Ik sloot leningen af die ik nooit terugbetaalde, vroeg mensen om geld en handelde in drugs. Zo raakte ik in steeds grotere problemen.

Opa

Met mijn opa en oma had ik altijd een goede band. Bij hen voelde het altijd als thuiskomen. Toen mensen achter mij aan kwamen vanwege schulden, besloot mijn opa mij te helpen. Hij liep met mij naar het adres om mijn schuld af te betalen. Als ik daaraan terugdenk, voel ik nog steeds schaamte. Het was een vreemd beeld, alsof twee werelden elkaar raakten: mijn goede opa in die donkere wereld waarin ik leefde.

Omdat ik niet meer naar huis kwam om drugstesten af te leggen, werd ik door de politie opgespoord. Ik was zestien jaar en werd naar een internaat gebracht. Daar zat ik in een cel met een dikke deur, en buiten was alles omringd door hoge hekken. Douchen mocht twee minuten. Nauwelijks genoeg om jezelf in te zepen. Het was een heftige, maar ook leerzame tijd. Toch lukte het me niet om te stoppen met drugs. Ik had daar toen ook geen enkele motivatie voor en was op dat moment ook niet bezig met het geloof.

Al eerder in mijn leven had ik vreemde dingen meegemaakt. Paranormale ervaringen, die mijn hele gezin zag en voelde. Zo voelde ik eens iemand aan mijn voet trekken en zag ik schimmen voorbijgaan. Op latere leeftijd ben ik dat meer gaan opzoeken. Ik vond dat fascinerend: het idee dat er meer is tussen hemel en aarde.

Dat voelde als een illusie

Wanneer ik drugs gebruikte, zag ik ook dingen die er niet waren, maar dat was anders. Dat voelde als een illusie. Die paranormale ervaringen had ik nuchter en die waren heel echt. Ik begon me daar steeds meer in te verdiepen en er veel over na te denken. Over onzichtbare dingen. Over de ziel. En over de mogelijkheid dat God misschien echt bestaat. De paranormale ervaringen kwamen niet van God. Het is juist een poging geweest van Gods tegenstander om mij naar de duisternis te trekken. Maar daardoor kreeg ik juist zicht op de geestelijke wereld en kreeg ik interesse in God.

Ik vroeg mijn opa om een Bijbel. Ik wilde meer weten en het leek mij logisch dat het christelijk geloof antwoorden zou hebben. Opa had mij vroeger al over God verteld, maar toen wilde ik daar niets van weten. Het interesseerde me niet. Maar nu was het anders. Dit keer wilde ik het zelf.

Mijn opa gaf me een Bijbel en ik begon op bladzijde één, bij Genesis. Het was niet makkelijk, maar ik merkte dat het me aantrok. Ik ging er volledig voor. Ik ontdekte dat de Bijbel geen gewoon boek is. Het is een boek van het leven. Het geeft me het gevoel dat ik leef.

Zonder Jezus heb ik niets meer

Ik leerde over Jezus. Hoe God Zijn eigen Zoon stuurde om te sterven aan het kruis, zodat ik opnieuw bij God mag komen. Als ik nu terugkijk, denk ik dat Jezus er altijd al voor mij was. Dat Hij de hoop niet heeft opgegeven. Ik voel dat gewoon. Ik kan me nu geen leven meer voorstellen zonder Jezus. Zonder Jezus heb ik niets meer.

In de Bijbel las ik over Jezus’ weg naar het kruis. Dat Hij doodsbang was, maar het toch deed. Dat is bijna niet te bevatten. Dat God zelf Zijn Zoon naar de aarde stuurde om zo’n weg te gaan. Dat Jezus dat deed, ondanks alles, voor mij. Een mooiere God bestaat niet.

Sindsdien strijd ik tegen de drugs. Het is een strijd die ik soms verlies, maar ik weet dat er overwinning wacht. Jezus heeft immers al overwonnen. Het is niet altijd makkelijk. Toch houd ik me vast aan Romeinen 8:18: ‘For I reckon that the sufferings of this present time are not worthy to be compared with the glory which shall be revealed in us.’ De problemen die ik nu ervaar zijn niets vergeleken met de glorie van God die ons te wachten staat. Soms is het gewoon klote, maar het wordt beter. God vergeet mij niet.

Naar het ziekenhuis

Op een dag probeerde ik op mijn werk een plank doormidden te slaan die bijna doorgezaagd was en kreeg daarbij roestige spijkers in mijn hand. Ik moest naar het ziekenhuis voor een prik. Die dag hoefde ik van mijn baas niet meer te werken en besloot ik naar mijn opa en oma te gaan. Het ging plotseling heel slecht met mijn opa. Diezelfde middag overleed hij. Dankzij die spijker mocht ik erbij zijn toen hij zijn laatste adem uitblies. Ik dank God daarvoor.

Samen met mijn tweelingbroer sta ik nu op het punt om bij Defensie te gaan werken. Ook mijn tweelingbroer is tot geloof gekomen. Het eerste wat ik inpak, is mijn Bijbel. Meer heb ik niet nodig. Ik bid dat God mijn geloof zal versterken en dat Zijn hand mijn gids zal zijn.

***

Dit interview is met vriendelijke toestemming van Upstream geplaatst. Meer getuigenissen en informatie over Upstream is te vinden via deze link: www.upstream.cafe/verhalen

Auteur: Team Upstream
Kerk De Basis: www.basis.cc
Upstraim: www.upstream.cafe
Beeld: Videostill Youtube
Cursus: www.basis.cc/opzoeknaarGod

Christelijk Nieuws
ChristelijkNieuws.nl maakt gebruik van cookies