Wonen in een huis of in een tent​

‘Ik acht het mijn plicht, zolang ik in deze tent ben, u door herinnering wakker te houden…’ (2 Petrus 1:13)

Wie leeft in ‘Egypte’, woont in een huis (Exodus 12:13,30). Een huis zit vast aan de aarde, het heeft een fundament diep in de grond. Een huis kun je niet meenemen, kun je niet verplaatsen. Je kunt je er juist heerlijk in settelen.
Wie verlost is uit ‘Egypte’ en op weg gaat naar het beloofde land, woont in een tent en krijgt een heel ander leven. Een tent is een tijdelijke woning, die niet vastzit aan de aarde. Een tent kun je zo afbreken en op een volgende plaats weer opzetten. En dat is nodig als de Heer je leven gaat leiden, want dan moet je kunnen bewegen, dan moet je ‘verplaatsbaar’ zijn, dan kun je niet op je ‘standpunt’ blijven staan. Op weg gaan betekent dat er veranderingen en vernieuwingen in je leven komen. En die weg bepaal je niet zelf. De richting en het tempo bepaalt de Heer:

‘En zo vaak als de wolk van boven de tent optrok, braken daarna de Israëlieten op, en op de plek waar de wolk bleef rusten, daar legerden zich de Israëlieten.’ (Numeri 9:17)

Zó je leven laten leiden door de Heer, betekent: ALLES uit handen geven in het vertrouwen dat Hij je liefheeft en weet wat goed is.

Aan het einde van de weg, als je komt in het Beloofde Land, trek je in een huis waarvan het fundament onvergankelijk is: ‘Want wij weten dat als onze aardse tent, waarin wij wonen afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis in de hemelen.’ (2 Korinthe 5:1)

Leven in een tent betekent dat jij je doel nog niet hebt bereikt, je verlangt naar meer, naar dichter bij de Heer. Het is niet saai, steeds hetzelfde, het is boeiend, verrassend, het is een avontuur!

Auteur: Redactie
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

Christelijk Nieuws
ChristelijkNieuws.nl maakt gebruik van cookies