Als God de mens schept op de 6e dag, dan staat er: ‘En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem…’ (Genesis 1:27)
Dat woord ‘beeld’, Hebreeuws ‘tselem’, kun je ook vertalen met ‘schaduw, afbeelding’. De mens wordt geschapen als een beeld van God, als Zijn schaduw. Dat is ook Gods doel met ons mensen: ‘…de nieuwe mens, die overeenkomstig het beeld van God geschapen is.’ (Efeze 4:24)
Een schaduw staat niet los van dat waarvan het de schaduw is, het is ermee verbonden. Aan de vorm en de beweging van de schaduw herken je waar het een afbeelding van is: als jij iets doet, dan doet jouw schaduw dat ook.
Dat ons leven de schaduw van God hier op aarde mag zijn, tot eer van Hem en tot zegen van mensen om ons heen:
‘Wees dan navolgers van God als geliefde kinderen en wandel in liefde…’ (Efeze 5:1,2)
voor een schaduw is licht nodig
zonder licht is er geen schaduw
‘…hoeveel te meer…’
Jouw schaduw heeft met jou te maken, het zit aan jou vast, maar het is wel anders dan jij bent:
je schaduw is plat (het is 2D en jij bent 3D – een schaduw is altijd een dimensie minder), het heeft een andere vorm (bv veel langer dan jij bent), het heeft geen kleuren, geen warmte, geen details. Als je alleen de schaduw van iemand ziet, dan weet je dus maar een klein beetje van zo iemand.
En zo is het ook met ons, als ‘schaduw van God’: wij kunnen maar een klein beetje van Hem laten zien. Vandaar die woorden ‘…hoeveel te meer…’ in verschillende teksten in het Nieuwe Testament:
‘…als jullie al goede gaven geven aan je kinderen, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie Hem daarom vragen.’ (Mattheüs 7:11)
Auteur: Redactie
Foto: © Henk-Jan Oudenampsen

